Mutsaers ontkent verkoop kinderporno. Ze verzon maar wat in de Volkskrant

Dit weekend zei schrijfster Charlotte Mutsaers (74) in Volkskrant Magazine dat ze de kinderporno van haar broer had doorverkocht aan een seksshop in Utrecht. Dat is strafbaar en veroorzaakte logischerwijs behoorlijk wat ophef. In DWDD ontkende ze gisteren dat ze dat heeft gedaan. “Het is niet waar. Ik heb nooit kinderporno verkocht, ik ben heel erg tegen kinderporno,” aldus Mutsaers.

In haar, overigens goed ontvangen nieuwe boek, Harnas van Hansaplast over broer Barend schreef ze dat de man kinderporno bezat. Uit een soort artistieke vrijheid vond ze het fijn om in de Volkskrant te zeggen dat ze de kinderporno had door verkocht. Wie dat liegen durft te noemen is volgens haar “een primitieve geest.”

Ze bracht de kinderporno volgens de krant zelf ter sprake. “Toen we het vonden, bij het uitruimen, dachten we zelfs: o jee, straks zijn wíj erbij. Je weet het allemaal niet. Daarna dacht ik: het is handel, we gaan het gewoon verkopen.”

Maar Mutsaers zegt in DWDD iets anders: “Toen vroeg zij dus over die porno en toen dacht ik ‘wacht’. Ik ben niet iemand die vindt dat elk interview maar bij je fictie hoort. Ik ben gewoon oprecht, waarom niet? Maar er is één uitzondering. Als ze aan mijn boek komen dan zeg ik het gewoon zoals het in mijn boek staat. Want ik ga niet mijn boek opofferen aan zo’n soort moraal.”

Van Nieuwkerk probeert nog: “Je bevestigt wat in het boek staat. Had je dan niet het idee: ‘ik zeg iets wat misschien best voor wat controverse zorgt’? „Nee, daar heb ik helemaal niet aan gedacht”, reageert Mutsaers.

Volgens de schrijfster zijn er veel schrijvers die een interview als het verlengde van hun oeuvre zien en in de geest van het boek tegen journalisten niet de waarheid vertellen. “Dat doe ik over het algemeen helemaal niet,” aldus Mutsaers. “Maar wel als het over iets in mijn boek gaat. Want dan krijg je: ‘is die kist van Hugo de Groot echt? Is je broer echt? Heeft hij dat wel allemaal geschreven’?”

Maar het is natuurlijk wel wat anders of je als schrijver altijd van alles verzint tijdens een interview of dat alleen in een heel specifiek geval eenmalig doet. Dan wordt het een stuk lastiger voor “primitieve geesten” om te begrijpen dat juist dit niet waar is.

Bron(nen):   Metro  De Volkskrant