Zo zijn we alweer verzeild geraakt in een debat over de Grondwet. Bezorgde CDA’ers beroepen zich op de grondrechten om hun partij uit de buurt van Wilders te houden. Dus volgt opwinding over de grondrechten. Want wat betekent zo’n beroep op de Grondwet? Is dat einde discussie, zoals menigeen graag wil? Is die Grondwet gelijk aan Mozes’ tafelen, uit steen gehouwen en voor de eeuwigheid?
Helemaal niet. De Grondwet is uiteraard ook een product van de geschiedenis. Niet dat er zoveel over is nagedacht. Eigenlijk heeft geen hond hem gelezen, ik wed ook 90 procent van die bezorgde CDA’ers niet. Wouter Bos schreef in Dit land kan zoveel beter dat de Grondwet veel te abstract is om een rol te spelen in het maatschappelijk debat. Guusje ter Horst, die er als minister naar moest kijken in verband met eventuele aanpassing, vond hem ‘flets, ouderwets, ontoegankelijk’. ‘Je moet bijna tussen de regels lezen om erachter te komen dat Nederland een democratie en een rechtsstaat is.’
Het gaat natuurlijk vooral over artikel 1, het discriminatieverbod. De laatste bewerking van de Grondwet dateert uit 1983. Vier jaar later hield de eminente historicus E.H. Kossmann daarover een briljant betoog onder de titel Tolerantie toen en nu. Kossmann, door en door gematigd en nauwkeurig, verbaasde zich toen al over die Grondwet van ons. Over de ‘uitzonderlijk hoge eisen’ die Nederland zichzelf in ethisch opzicht met deze constitutie stelde.
De Grondwet van 1983 was een nabrander van de jaren zestig, waarin de overheid ‘voldoende werkgelegenheid, bestaanszekerheid en spreiding van welvaart’ moest bevorderen, maar ook ‘maatschappelijke en culturele ontplooiing’ en ‘een goede invulling van de vrijetijdsbesteding’.
Veel rechten, weinig plichten voor de burger. Ja één plicht, en dat was meteen artikel 1. Gij zult niet discrimineren. Kossmann vond dat raar. Bij zijn weten, en hij wist er veel van, was er geen andere Grondwet dan de Nederlandse met al in haar eerste artikel een algemene verbodsbepaling. Grondrechten zijn bedoeld om de burger te beschermen tegen de willekeur van zijn eigen staat. Maar in ons geval komt eerst een staat die de eigen burgers bestraffend toespreekt. Denk erom, niet discrimineren!
Lees verder in de Volkskrant




