Nederlanders werken relatief weinig uren

Bijna twee derde van de Nederlanders tussen de vijftien en 75 jaar had vorig jaar betaald werk. Daarmee behoort de arbeidsparticipatie in ons land tot de hoogste van Europa. Wanneer het aantal gewerkte uren wordt meegewogen, staat Nederland daarentegen bijna onderaan, blijkt uit een analyse van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS).

Dat komt doordat Nederlanders vaker dan welk volk ter wereld ook in deeltijd werken. Driekwart van de vrouwen en een kwart van de mannen werkt minder dan veertig uur per week. Het gemiddelde voor de gehele beroepsbevolking komt op slechts iets meer dan een halve baan. Alleen Spanjaarden, Kroaten, Italianen en Grieken werken gemiddeld minder uren.

Veel werkenden kiezen zelf voor een parttimebaan. Maar Nederland telde vorig jaar iets meer dan een half miljoen mensen die minder uren werkten dan zij eigenlijk zouden willen. Zij tellen niet mee in de werkloosheidsstatistieken die het CBS maandelijks publiceert.

Nog eens een miljoen mensen stonden vorig jaar ongewild helemaal langs de zijlijn. Slechts ongeveer de helft van hen stond officieel te boek als werkloos. Alleen wie actief op zoek is naar een baan en op korte termijn beschikbaar is, voldoet aan normen die daar internationaal voor zijn afgesproken.

Om het onbenut arbeidspotentieel nauwkeuriger in kaart te brengen, heeft het CBS ook mensen meegeteld die wel willen werken, maar niet aan de werkloosheidsnormen voldoen. Bijvoorbeeld omdat zij door ziekte niet direct beschikbaar zijn, nog een studie aan het afronden zijn of al zo lang thuis zitten dat zij de hoop om werk te vinden hebben opgegeven. Ook is gekeken naar degenen die een baan hebben maar graag meer uren zouden werken.

Als alle uren die deze ruim 1,5 miljoen mensen (extra) zouden willen werken bij elkaar worden opgeteld, is dat genoeg voor 732.000 voltijdsbanen. Dat komt neer op 5,7 procent van de beroepsbevolking. Het onbenut arbeidspotentieel in uren is bij mannen en vrouwen ongeveer even groot. Vrouwen spreken vaker dan mannen de wens uit meer te gaan werken, maar het aantal uren dat zij er gemiddeld bij willen krijgen ligt wel lager.