Eerst veel te somber, nu euforisch: waarom we zo overdrijven over de economie

Vijf jaar geleden maakten we ons overdreven veel zorgen over de economie. Het land was in crisis en het volk zag het extreem somber in. Nu er weer economische groei is, zijn we euforisch. In beide gevallen hadden we het mis. De waarheid ligt, zoals wel vaker, in het midden. Frank Kalshoven legt in de Volkskrant uit waarom we steeds zo overdrijven.

In 2012 werd het consumentenvertrouwen gescoord op -33. Dat is dramatisch, In meteorologische termen zeer strenge vorst, aldus Kalshoven. Als er evenveel mensen een goed als een slecht gevoel hebben over de economie is het consumentenvertrouwen nul. Nu staat het op 23, we zijn door het dolle heen dus. Al dit gezwalk kost ons miljarden, aldus de Volkskrant-econoom. Immers, als we het somber inzien, gaan we meer sparen, daalt de vraag naar goederen en diensten, hoeven fabrieken minder te produceren, hebben ze minder nieuwe machines en mensen nodig. Een deel daarvan halen we nooit meer in. Hoogleraar economie Bas Jacobs van de Erasmus Universiteit schat de schade van de laatste crisis op 60 miljard euro per jaar.

Waarom we overdrijven
Maar waarom zijn we niet wat gelijkmatiger als het over vertrouwen in de economie gaat? Kalshoven noemt drie redenen. Ten eerste is er het beschikbaarheidseffect. We hebben de neiging zaken die vers in het geheugen liggen meer gewicht toe te kennen dan zaken van langer geleden. Dus als we lezen over economische groei en een dalende werkloosheid krijgen we acuut weer veel vertrouwen. Na een reeks negatieve berichten gaan we extra somberen. Beide keren overdrijven we.

Ten tweede hebben we last van verlies-aversie: een euro verlies nemen we zwaarder op dan dat we blij worden van een euro winst. In slechte economische tijden zijn we dus geneigd extra veel te gaan sparen. Wat we sparen, consumeren we niet waardoor de vraag naar goederen en diensten daalt en het alleen maar nog slechter gaat met de economie. En dan is er nog het aloude kuddegedrag. Irrationeel blaten we elkaar na en veroorzaken een ‘selffulling prophecy’. Als we allemaal roepen dat het goed gaat, durven we weer meer spullen te kopen en gaat het vanzelf ook beter.

 

Bron(nen):   De Volkskrant