Waarom je meestal beter geen aanvullende verzekering kunt nemen

De aanvullende verzekering dreigt te verdwijnen, zo waarschuwde De Nederlandsche Bank (DNB) deze week. Veel mensen schrokken. Volkskrantcolumnist Frank Kalshoven was juist verbaasd toen hij hoorde hoeveel mensen nog zo’n aanvullende verzekering hebben.

Eerst schrijft hij over de basisverzekering: “Wanneer is een verzekering een goed idee? Als de kans dat een gebeurtenis zich voordoet klein is, maar de impact van die gebeurtenis juist groot. De kans dat ik komend jaar tienduizenden euro’s zorgkosten moet maken is klein, maar als dat gebeurt slaat dat ook een diepe financiële wond. Daarom is die verzekering nuttig en nodig.”

Wat met een aanvullende polis wordt vergoed, is van een heel andere orde. De kans dat je de polis nodig hebt, is groot, maar de financiële gevolgen zijn klein. Kalshoven geeft een voorbeeld: “De kans dat ik bij de tandarts kom, is komend jaar bijna 100 procent. Voor dit type kosten is verzekeren geen handige oplossing. Dit zijn grotendeels reguliere kosten van levensonderhoud (zoals wonen, eten, telefoon, de sportclub betalen en geld opzij leggen voor een vakantie). En voor zover deze kosten een keer onvoorzien groot zijn, heeft een mens een spaarpotje.”

Hij besluit: “Als je dit soort kosten (kans groot, impact klein) toch verzekert, zullen de jaarlijkse premies grofweg gelijk zijn aan de jaarlijkse kosten. Dit lijkt meer op ‘gespreid betalen’ dan op echt verzekeren. Of, zoals DNB het noemt, een ‘abonnementenmodel’. Voor de meeste huishoudens is dit nodeloos moeilijk doen (een verzekering afsluiten; bonnetjes insturen; wachten op betaling, et cetera). Aanvullend verzekeren is vanuit dit perspectief nu dus onbegrijpelijk populair.”

Bron(nen):   De Volkskrant