Charlie Hebdo zit aan de grond, want bijna niemand is meer Charlie

“Is het normaal in een democratisch land dat de opbrengst van de helft van onze verkochte tdijschriften naar beveiliging gaat”? De hoofdredacteur van Charlie Hebdo klaagt in zijn eigen blad onder de kop ‘drie jaar in een jampot’ zijn nood. Het blad is heel erg veel geld kwijt aan beveiliging. Die beveiliging is gestart na de bloedige aanslag op de redactielokalen. Op 7 januari 2015 werden personeelsleden in het kantoor nabij de boulevard Richard-Lenoir in Parijs slachtoffer van een aanslag. Twee mannen namen de aanwezigen tijdens de wekelijkse redactievergadering met kalasjnikovs onder vuur en schoten bij hun aftocht op de inmiddels gearriveerde politie. Twaalf personen kwamen om het leven, onder wie de hoofdredacteur. Sindsdien blijven er doodsbedreigingen binnen komen, ook al omdat het blad nog altijd weinig eerbied toont voor de islam.

De noodzakelijke beveiligingen zijn één reden voor het kwijnende bestaan van Charlie Hebdo. De andere is dat maar heel weinig mensen het blad kopen. In januari 2015 waren we even allemaal Charlie, maar nu is bijna niemand meer Charlie: op oplage is gekelderd. In 2015 was de omzet dankzij alle sympathie 60 miljoen. Maar daar was in 2016 nu nog maar 19 miljoen van over. Nu nog minder. De ondergang dreigt.