Wetenschap: app-groepen veroorzaken veel stress

Wie in app-groepen zit van de ouders van je kind, van de muziekvereniging, van de buurt zal het herkennen: van zo’n app-groep kun je stapelgek worden. Omdat je steeds het gevoel krijgt achter te lopen, omdat je steeds wordt betrokken bij taakjes, en omdat iedere app-groep vroeger of later steeds vager wordt. Er zijn altijd leden die over hun eigen vage onderwerpen beginnen.

Sarah Diefenbach, professor psychologie aan de Ludwig-Maximilians-Universität in München, hoorde haar studenten klagen over Whatsapp-stress en voerde er samen met hen een aantal onderzoeken naar uit. ‘We ontdekten dat zogenaamde pushberichten, die op het beginscherm van je smartphone verschijnen, funest kunnen zijn voor het welbevinden. Wij vroegen aan de deelnemers van ons onderzoek om die pushberichten twee weken uit te zetten. Dat leverde hen een opvallende daling van stress op. Al had het ook een nadeel: hun omgeving reageerde vaak boos omdat ze niet snel genoeg meer reageerden op berichten.’

De professor zegt tegen Knack herkenbare dingen. ‘Hoe meer groepschats, hoe meer stress. Bovendien beoordelen gebruikers die chats dan vaker als tijdverlies. Single chats leveren ook stress op, maar worden tenminste vaker als betekenisvol gezien.’

Maar de groep verlaten is een hele stap. ‘Onze communicatie is voor een groot deel verhuisd naar het virtuele niveau. Waarschijnlijk vinden veel mensen zo’n vervelende groepschat beter dan niets. Maar als je veel van die actieve chats op je smartphone hebt staan, stapelen de boodschappen zich op en wordt het echt “werken” om bij te blijven. Vaak zitten er in zo’n groep ook mensen die elkaar niet goed kennen en is het onderwerp niet duidelijk afgebakend, waardoor veel metacommunicatie nodig is: mogen we het hierover hebben, mag persoon X of Y toetreden tot de groep… Het probleem is dat veel mensen zo’n groep niet durven te verlaten, uit angst om anderen te kwetsen. Dus proberen ze het gewoon te negeren. Veel groepen hebben na verloop van tijd nog maar enkele actieve leden.’

 

Bron(nen):   Knack