“Onbetrouwbare dwaas”: Ooit was Hitler ook vooral om over te lachen

“Adolf Hitler, de vroegere huisschilder, die zelfs in de oorlog geen officier is geweest, matigt zich een napoleontische houding aan en spreekt veelbetekenend over Mussolini, hopende eenmaal Mussolini’s plaats in Duitsland in te nemen, zonder echter Mussolini’s persoonlijkheid en bekwaamheden te bezitten.” In 1923 bracht de Joods-Amerikaanse journaliste Lily Winner vier dagen door op het hoofdkwartier van de ‘Hakenkruisbeweging’ van Adolf Hitler. Ze bracht verslag uit voor het thuisfront. Niks erg daar. Raar mannetje met rare ideeen. De Standaard brengt haar verslag naar deze tijd.  “Hij is een man van omstreeks 35 jaar, met bruin haar en koude, visachtig blauwe ogen, het ene kleiner dan het andere, een echt gedegenereerd type met een zenuwachtige trek om zijn mondhoeken wanneer hij spreekt. Hij dwingt zijn gelaat tot een ernstige, onvriendelijke uitdrukking als om er de waarheid aan te verlenen van een man van betekenis. Verder heeft hij een bespottelijk klein Charlie Chaplin-snorretje, spreekt in korte afgebeten zinnen, met een zware stem, alsof het heil der wereld van zijn woorden afhing.”

‘Zeg aan de Amerikanen,’ zei hij tot mij, terwijl hij mij strak aankeek en de klemtoon legde op elk van zijn woorden, ‘dat mijn boodschap aan hen deze is: “Wanneer gij u niet bevrijdt van uw joden, Japanezen en negers, dan zal het reine hartenbloed van de natie bezoedeld worden.” Hun strijdkreet behoort te zijn “Amerika voor de Amerikanen”.

Bron(nen):   De Standaard