Waarom doet Nederland zo moeilijk over de donorwet?

Nederland behoort tot de landen waar de minste orgaandonaties worden gedaan, schrijft de Volkskrant. De meeste Europese landen hebben allang een ‘ja tenzij’-systeem en dat werkt prima. Waarom doen wij er zo moeilijk over?

Frankrijk kent het verplichte donorschap, tenzij je anders aangeeft al sinds 1976, Spanje sinds 1979, België en Oostenrijk sinds de jaren tachtig, Zweden volgde in 1996, Italië in 1999 en Finland in 2010. Deze landen hebben over het algemeen aanzienlijk meer donoren dan Nederland.

Toch blijft ons land maar dubben en tobben over de donorwet. Wat zit daar achter? Ten eersten doen katholieken minder moeilijk dan protestanten. De Europese ranglijst van donoren wordt aangevoerd door Spanje, Kroatië, België, Portugal en Frankrijk. De Volkskrant schrijft: Landen met een katholieke traditie hebben doorgaans minder moeite om van bovenaf regels op te leggen. In van oudsher protestantse landen wordt het recht op zelfbeschikking belangrijker gevonden.

Het is precies dat recht op zelfbeschikking, ‘het baas over eigen lichaam’, waar het Nederlandse verzet om draait. Liberalen houden niet van staatsingrijpen in de privésfeer en christelijke politici zien het donorschap als een individuele beslissing. We willen zelf bepalen wat er met ons lichaam gebeurt, ook al is het dood. Maar uiteraard willen we wel graag die nieuwe nier als we hem nodig hebben.

Bron(nen):   De Volkskrant