Minister Wopke Hoekstra hoopt dat god bestaat

“ik hoop dat God bestaat. Maar ik heb meer vragen dan antwoorden. Van veel van de echt grote vragen in het leven, daar kom je maar niet of maar heel beperkt achter de antwoorden. Uiteindelijk blijft het voor veel mensen iets van een zoektocht houden.”

Wopke Hoekstra, kroonprins van het CDA en minister van Financiën, spreekt in de paaskrant van het AD over wat hem drijft.

Het heeft te maken met de vroege dood van zijn moeder en met de ziekte van 1 van zijn 4 kinderen, die als 1-jarige levertumor kreeg en dat lijkt te hebben overwonnen. i

“ik ben ook echt heel gemotiveerd iets voor het land te doen. Het besef dat het opeens afgelopen kan zijn, heel veel eerder dan je verwacht en heel veel eerder dan je misschien redelijk vindt. Dat besef is toen heel duidelijk ingedaald. ”

Mijn jongste zoon was net 1 jaar oud toen bleek dat hij een levertumor had. Dat komt één op de miljoen keer voor. Kinderen horen niet ziek te worden, jonge mensen ook niet, maar kinderen is natuurlijk helemaal… en die horen zeker geen kanker te krijgen. Natuurlijk is dat rampzalig nieuws en de vraag is dan vervolgens ook: hoe gaan we er alles aan doen om te zorgen dat hij beter wordt. ,Ik heb toen wel gedacht, het allerbelangrijkste moet ook het allerbelangrijkste zijn. Ik heb al mijn werk neergelegd. (…)We hebben gezegd: dit is buitengewoon naar, maar zo liggen nu de kaarten. Dus wij moeten gewoon alles doen om te zorgen dat we er zijn voor hem en de andere kinderen. Zelf optimistisch blijven en zorgen dat we stabiliteit bieden aan de rest. Gelukkig gaat het nu heel goed met hem, maar de vlag kan pas uit over anderhalf jaar. Het blijft gewoon spannend.”

Hij is minister geworden (wat een zeer aanzienlijke daling van zijn inkomen met zich meebracht) om iets te doen. “Als je lootjes mocht trekken en het eerste lootje wat je trekt is Nederland en het tweede lootje is de 21ste eeuw, dan ben je natuurlijk een enorme bofkont. Dat brengt iets van een opdracht met zich mee voor ons allemaal om het land weer een beetje verder naar voren te brengen en als het enigszins kan weer een beetje mooier door te geven.”