Waarom premier Orbán de Hongaarse verkiezingen heeft gewonnen

Premier Victor Orbán heeft gisteren met zijn partij Fidesz op overtuigende wijze de Hongaarse verkiezingen gewonnen. De partij kreeg 133 van de 199 zetels in het parlement.

Victor Orbán, ooit progressief en liberaal, vaart al jaren een conservatieve, rechts-nationalistische koers. Hij ziet zichzelf als redder van de christelijke waarden en Hongaarse cultuur. Volgens hem worden die bedreigd door de instroom van vluchtelingen en de bemoeizucht van de EU. Zijn campagne bestond uit twee thema’s: immigratie en de Amerikaanse multimiljonair George Soros. De George Soros’ Open Society Foundation steunt overal ter wereld organisaties die opkomen voor minderheden en kritisch zijn op autoritaire regimes.

De boodschap dat Soros en de oppositiepartijen samenwerken aan een groot plan om massa’s migranten Europa binnen te laten is aangeslagen. Onder meer omdat Orbán een stevige grip heeft op de Hongaarse media, waardoor zijn campagne de meeste ruimte kreeg op radio, televisie en in de krant. “Als je een gewone Hongaar bent, zonder toegang tot andere bronnen van informatie dan die overheidskanalen, dan hoor je maar één verhaal: vluchtelingen zijn terroristen”, zegt Helsinki Committee’s migratiespecialist András Léderer. “In dat verhaal ben je als organisatie die met asielzoekers werkt, al gauw een bedreiging voor de nationale veiligheid.”

Naast de harde immigratiepolitiek, die veel Hongaren aanspreekt, profiteert de premier ook van een stevige economische groei, die vorig jaar 4 procent bedroeg, terwijl de werkloosheid terugliep naar 3,8 procent. Ondertussen is het land op Bulgarije na het meest corrupt van Europa, is er weinig aandacht voor zorg en onderwijs en worden de verschillen tussen rijk en arm steeds groter, zo claimen tegenstanders. Bovendien is er in Brussel de vrees dat andere Oost-Europese landen het Hongaarse voorbeeld zullen volgen en zich nog sterker tegen het Europese migratiebeleid zullen keren.

Bron(nen):   AD  NOS