Elke zes seconden sterft er een kind aan ondervoeding

Sinds de Tweede Wereldoorlog was er niet zo’n ernstige hongersnood als nu. Twintig miljoen mensen in de hoorn van Afrika hebben geen eten en drinken en het eind is nog niet in zicht.

Vooral in Jemen, Zuid-Soedan, Somalië en Nigeria is de toestand ernstig. Hulpverleners hebben geen geld om iedereen te helpen. In Zuid-Soedan meten ze armdiktes en alleen de kinderen met de allerdunste armpjes krijgen eten. De bevolking graaft smerig water op uit droge rivierbeddingen en eet dag in dag uit een bittere noot die diarree veroorzaakt. Op de markt zijn alleen nog bladeren te koop. Het is het enige ‘voedsel’ dat er is.

Ja, er is minder honger in de wereld dan vijftig jaar geleden. Halverwege de jaren zestig leden 900 miljoen mensen honger op een bevolking van 3,6 miljard. Nu zijn het er 750 miljoen terwijl er 7,5 miljard mensen op de wereld zijn. Een afname van 25 naar 10 procent van de wereldbevolking. Maar het zijn er nog altijd veel en veel te veel. Elke zes seconden sterft er een kind van de honger. Dat is elke drie minuten een schoolklas. Dat hoeft niet te gebeuren als het weldoorvoede deel van de wereld dat niet wil.

Zoals RTL-correspondent Koen de Regt zegt over de 2-jarige Lupri uit Zuid-Soedan: “Ze kan alle hulp gebruiken. Zij kan er immers ook niets aan doen dat ze hier geboren is.”

Bron(nen):   Giro 555  HLN  RTL Nieuws