Ontluisterend beeld van Wilhelmina: Was ze verslaafd aan crystal meth?

Koningin Wilhelmina stond altijd bekend als een heldhaftige, stoere vrouw, die haar volk onverschrokken door de Tweede Wereldoorlog sleepte. Maar historicus Gerard Aalders schetst in zijn boek Wilhelmina, Werkelijkheid en Fictie een heel ander beeld. In Nieuwe Revu schrijft hij: “Op grond van haar karakter en persoonlijkheid was Wilhelmina totaal ongeschikt als staatshoofd.”

Propaganda
Aalders spreekt van een knappe propagandamachine die ervoor heeft gezorgd dat we Wilhelmina nog altijd zien als een dappere vorstin. Hij ontkracht dat beeld met diverse voorbeelden. Zo schrijft hij: “Dat Wilhelmina en de Britse regeringsleider Winston Churchill regelmatig met elkaar vergaderden over de oorlogssituatie is een voorstelling van zaken die aan de fantasie is ontsproten. De twee zagen elkaar tweemaal per jaar bij een diner en dan alleen nog maar omdat de politieke beleefdheid dat nu eenmaal vereiste. Het zegt wel iets over haar veel geroemde invloed in de Engelse hoofdstad: die had ze niet. Hare Majesteit had in Londen geen greintje gezag. Churchill, maar ook de Amerikaanse president Roosevelt, hielden haar steeds zo ver mogelijk op afstand.”

Woedeaanvallen
Wilhelmina had bovendien enorme woedeaanvallen die de regering tot wanhoop dreven. Aalders schrijft: “Minister van Justitie Gerrit Jan van Heuven Goedhart deed in september 1944 in de ministerraad verslag over een onderhoud met de koningin, die ‘alleronaangenaamst’ was verlopen. Hij beklaagde zich over de anderhalf uur die hij in haar gezelschap had moeten doorbrengen en over het getier dat hij had moeten aanhoren. Ze had het gepresteerd in die anderhalf uur alle fatsoensgrenzen te overschrijden en ze was niet voor enigerlei vorm van rede vatbaar geweest. Van Heuven Goedhart vroeg zich dan ook af: ‘Is Hare Majesteit wel helemaal normaal?’ Iets wat zijn collega-ministers zich al veel vaker hadden afgevraagd.”

Crystal meth
Aalders stelt dat Wilhelmina leed aan bijwerkingen van pervitine, dat toen nog voor een geneesmiddel doorging, maar dat wij tegenwoordig kennen als crystal meth of crack. “Artsen schreven het voor tegen vermoeidheid. Het is niet helemaal zeker waarom Wilhelmina het spul slikte. Wel is bekend dat ze vaak neerslachtig was, vooral omdat de bevrijding, tegen al haar verwachtingen in, zolang op zich liet wachten.”

De historicus schrijft verder: “Pervitine heeft de eigenschap vermoeidheid te onderdrukken, maar dat eist vaak zijn tol in de vorm van onbeheerst gedrag. Zo kon het gebeuren dat Wilhelmina zich soms meer als een scheldend viswijf gedroeg, dan als een eerbiedwaardige koningin. Pervitine versterkt bepaalde, aangeboren eigenschappen. Haar woede en agressie die ze normaal gesproken redelijk onder controle had, kwamen door het middel versterkt naar buiten.”

Fanatiek religieus
Wilhelmina was een wereldvreemde vrouw, wat vooral aan haar buitenissige opvoeding moet worden toegeschreven, stelt Aalders. “Ze had geen inzicht in buitenlandse politiek, zoals maar liefst twee Amerikaanse presidenten (Theodore en Franklin Roosevelt) onafhankelijk van elkaar hebben geconstateerd. Van economie en financiën had ze evenmin verstand; aan wetenschap had ze ronduit een hekel want dat vormde een bedreiging voor haar geloof. Ze was fanatiek religieus en stelde een onbegrensd vertrouwen in Onze Lieve Heer.”

Superieur
Wilhelmina zag de monarchie als een superieure staatsvorm, schrijft Aalders verder in Nieuwe Revue. “Ze vond het jammer dat de macht van de koning bij de Grondwetsherziening van 1848 sterk was ingeperkt. Ze noemde haar streven ‘vernieuwing’. Een erg fout woord, want wat Hare Majesteit wilde was niets anders dan terugkeer naar een vorm van monarchale dictatuur. Ze wist, dat vond ze tenminste zelf, als geen ander wat goed was voor Nederland. Zij en God zouden Nederland er weer gezamenlijk bovenop helpen.”

Radio Oranje
Aalders legt uit hoe propaganda en beïnvloeding een belangrijke rol speelden om het prestige van de monarchie na de smadelijke vlucht in mei 1940 weer op te krikken. Zo schrijft hij dat ‘jubelbiograaf’ Cees Fasseur haar tot ‘moeder van het verzet’ benoemt op basis van de ‘onverschrokken en bezielende’ toespraken die ze hield voor Radio Oranje. Maar dat blijken er helemaal niet zoveel te zijn geweest. “In 1940 hield ze er drie, in 1941 acht, in 1942 negen, in 1943 zeven, in 1944 vier en in 1945 drie.”

“Zou Nederland zich, zoals de haar goed gezinde Oranje-biografen beweren, door de oorlog hebben laten slepen door de radiopraatjes van Wilhelmina? Onzin natuurlijk. Niet alleen vanwege haar tamelijk beroerde sprekerskwaliteiten, maar al evenmin vanwege de frequentie van haar optredens. Ze sprak gemiddeld tien minuten per keer. Vermenigvuldig dat met 34, het aantal keren dat ze voor de radio sprak. Dat is een spreektijd van nog geen zes uur in vijf jaar oorlog, ofwel 5,6 minuten per maand. Daar win je geen oorlog mee.”

Fout
Ze maakt zelfs een kapitale fout door te beslissen dat het verzet in Nederland onder één centrale leiding moest worden geplaatst. “Voor de Duitsers was dat een geschenk uit de hemel: als ze de top arresteerden, konden ze op hun gemak het hele verzet oprollen. Insiders spraken dan ook van een ‘betreurenswaardige domheid’, maar voor de omvangrijke Oranje-aanhang is ze altijd ‘de moeder van het verzet’ gebleven. Gevreesd moet worden dat haar ‘domheid’ honderden verzetsmensen het leven heeft gekost.”

Bron(nen):   Nieuwe Revu  Gerard Aalders