Couchsurfing: niet gezellig logeren, maar een sociaal mijnenveld

Couchsurfing is dé manier voor backpackers om goedkoop te reizen. Maar was het slapen bij mensen thuis vroeger vooral een manier om geld uit te sparen, tegenwoordig hoort er een complete levensstijl bij: je hoort sociaal te doen met de local waar je logeert en moet te allen tijde je openheid voor andere culturen uitdragen.

Sociaal wetenschapper De-Jung Chen (40) sprak een groot aantal couchsurfers en promoveerde op het onderwerp. “Het wonderlijke is dat het politiek correcte antwoord is gaan overheersen,” begint hij in de Volkskrant. “Het is een mechanisme geworden. Om te kunnen surfen, moet je je niet alleen zo presenteren, je moet je ook zo gedragen. Terwijl niet iedereen nieuwe vrienden wil maken of continue interactie wil. Ik heb bijna zeventig mensen uitgebreid geïnterviewd. Een deel van hen wil vooral een huis of eten delen. Dat is een ander uitgangspunt van de deeleconomie. Dat lijkt amper nog geoorloofd in de ideologie van couchsurfing.”

Veel van de couchsurfers houden best van een praatje, maar zitten niet te wachten op de continue druk om sociaal te zijn. “Het levert pressie op. Je kunt niet permanent sociaal zijn. Dat herkent bijna iedereen. Ik heb tal van mensen gesproken die zeiden: als ik een trip plan, dan doe ik het half om half: de helft couchsurfen en de helft in een hostel voor de rust en personal space.”

De druk wordt gevoed door de online referenties. Wie niet leuk doet, vindt geen slaapplek meer. “Mensen vinden dat contact vaak oprecht leuk, maar ze hebben ook het idee dat het zo hoort. En door het systeem van referenties zijn mensen bang niet aan de eisen te voldoen. Het belang van goede referenties kwam in elk interview dat ik deed aan bod.”

Opvallend genoeg ontdekte de sociaal wetenschapper dat couchsurfing niet leidt tot minder vooroordelen. “Een voorbeeld: Aziaten zijn stil en verlegen, denken mensen. Als ze een Aziaat ontmoetten die juist veel kletste en heel open was, dan noemden ze deze persoon atypisch. Ze stelden hun vooroordeel niet aan de kaak, dat bleef gewoon overeind.”

Bron(nen):   Volkskrant