Waarom we allemaal steeds gelukkiger worden

We zijn verslaafd aan onze telefoon, slikken massaal antidepressiva en gaan ook nog eens gebukt onder zware prestatiedruk. Als je de media moet geloven, worden we er niet gelukkiger op. Onzin, zegt ‘s lands bekendste geluksonderzoeker Ruut Veenhoven. We worden juist wel steeds gelukkiger.

De emeritus sociologieprofessor onderzoekt voor de World Database of Happiness al bijna een halve eeuw het geluksniveau in een groot aantal landen. “We worden steeds gelukkiger,” concludeert hij op basis daarvan in Vlaamse krant De Morgen. “En er is een duidelijk verband tussen moderniteit en geluk. Mijn data tonen dat hoe welvarender een land is, hoe gelukkiger de mensen worden.”

Eenzaamheid
Om uit te leggen waarom het lijkt alsof we juist ongelukkiger worden, noemt hij eenzaamheid als voorbeeld. “Om echt goed te meten of we eenzamer worden, moet je mensen over langere periodes volgen, en dat gebeurt niet altijd. Ook weten we niet hoe het vroeger was. Er zijn geen data over eenzaamheid in de tijd van je grootmoeder. We denken vaak onterecht dat problemen van nu vroeger niet bestonden, omdat we de neiging hebben het verleden te romantiseren. De boodschap dat we ongelukkiger worden is dan ook niet nieuw.”

Vrijheid
Veenhoven noemt de combinatie van meer welvaart en meer vrijheid als belangrijkste verklaring voor ons hogere geluksniveau. Dit weegt zwaarder dan negatieve ontwikkelingen als prestatiedruk of eenzaamheid. “Het klopt dat bijvoorbeeld werk competitiever wordt. Maar voor de ene is dat negatief, de ander vindt dat spannend. Als je alles samen legt, blijken we toch gelukkiger dan voorheen.”

De geluksprofessor stelt ook dat geld best gelukkig maakt. “Er is een basisinkomen nodig om je gelukkig te voelen. Daarnaast zijn we vooral gelukkig als we zelf kunnen kiezen hoe we ons leven inrichten. Dat betekent wel keuzestress, maar uiteindelijk komen daardoor meer mensen in een leven terecht dat bij hen past.”

Kinderen
Zo ziet hij dat koppels zonder kinderen een tikje gelukkiger zijn. “Mogelijk omdat kinderen voldoening geven, maar ook de vrijheid beknotten,” legt Veenhoven uit. “Het geluk piekt bij de eerste zwangerschap, maar zakt dan snel weer. Maar vroeger was geen kinderen hebben nauwelijks een optie.”

Bron(nen):   De Morgen