Animo voor mbo-scholing in broodnodige beroepen licht gedaald

DEN HAAG (ANP) - Het aantal jongeren dat kiest voor een mbo-opleiding in de studierichting techniek, industrie en bouwkunde is met 0,7 procentpunt iets afgenomen ten opzichte van tien jaar geleden, terwijl er aan deze beroepen juist extra behoefte is. Er wordt bijvoorbeeld wat minder vaak voor hout-, plaat- of kunststofbewerker, (elektro)monteur of bouwvakker geleerd, meldt het statistiekbureau CBS.

In 2021-2022 volgden in totaal ruim 437.000 jongeren een mbo-opleiding. Dat zijn er - na een lichte stijging in voorgaande jaren - over de gehele linie ook iets minder, al gaan ze met hun aandeel van 40 procent wel vaker naar het mbo dan naar het hoger beroepsonderwijs (hbo) of het wetenschappelijk onderwijs (wo).

In een vak op het gebied van recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening - zoals verkoper, (account)manager en verschillende administratieve beroepen - wilden zich ook wat minder jongeren bekwamen. Voor een baan in toerisme en recreatie of als kapper, schoonheidsspecialist, horecaondernemer of bakker was er juist meer animo.

Niet alleen jongeren volgen een mbo-opleiding: 13,5 procent van mbo-studenten in het studiejaar 2021-2022 was 25 jaar of ouder. Deze mbo-studenten volgen vaker een opleiding in de sector zorg en welzijn, zeker sinds de coronacrisis. Gezondheid en welzijn is onder jongeren niet langer de meest gekozen studierichting.