Beurzen New York verder omlaag, casinobedrijven op winst

NEW YORK (ANP) - De aandelenbeurzen in New York zijn maandag opnieuw met rode cijfers de handel uitgegaan. De zorgen over een recessie door sterke renteverhogingen van centrale banken tegen de hoge inflatie bleven boven Wall Street hangen. Casinobedrijven wisten zich wel aan de malaise te onttrekken na berichten dat China weer geleidelijk groepen Chinese toeristen uit het vasteland gaat toelaten tot het Aziatische gokparadijs Macau, waar nu nog strikte coronamaatregelen gelden.

De leidende Dow-Jonesindex eindigde 1,1 procent lager op 29.260,81 punten. De breed samengestelde S&P 500 ging 1 procent omlaag tot 3655,04 punten, de laagste slotstand van dit jaar. De technologiegraadmeter Nasdaq noteerde 0,6 procent in de min op 10.802,92 punten.

De Amerikaanse Federal Reserve en andere centrale banken zijn de rente agressief aan het verhogen om zo de hoge inflatie onder controle te krijgen. Maar op de financiële markten wordt gevreesd dat die renteverhogingen tot een recessie kunnen leiden. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) stelde eerder op de dag haar groeiprognoses voor de Amerikaanse economie fors neerwaarts bij.

Lyft

De casinobedrijven Las Vegas Sands en Wynn Resorts stegen tot 12 procent en Melco Resorts & Entertainment sprong zelfs meer dan 25 procent omhoog. Het zou voor het eerst in bijna drie jaar worden dat groepen toeristen uit het Chinese vasteland zonder allerlei beperkingen naar Macau kunnen gaan. Naar verwachting is dit vanaf begin november weer mogelijk. Vanwege de strikte coronamaatregelen in Macau hebben casinobedrijven veel omzet misgelopen.

Taxi- en mobiliteitsdienst Lyft verloor 3,4 procent na een adviesverlaging door de Zwitserse bank UBS. De kenners haalden een chauffeursonderzoek aan waaruit naar voren kwam dat chauffeurs de voorkeur geven aan Uber in plaats van Lyft. Fitnessketen Planet Fitness kreeg een adviesverhoging van investeringsbank Raymond James en werd 1,2 procent hoger gezet.

De euro was 0,9608 dollar waard, tegen 0,9620 dollar bij het slot van de Europese beurshandel. Een vat Amerikaanse olie werd 2,7 procent goedkoper op 76,58 dollar. Brentolie kostte 2,6 procent minder op 83,95 dollar per vat.