‘Bijdrage gemeente aan stadion Feyenoord onvoldoende onderbouwd’

ROTTERDAM (ANP) - De financiële bijdrage van 40 miljoen euro van de gemeente Rotterdam aan het nieuwe stadion van Feyenoord is onvoldoende onderbouwd. Dat concludeert de Rekenkamer Rotterdam in een rapportage, die donderdag naar de gemeenteraad is gegaan.

Feyenoord City is een grootschalig project in Rotterdam-Zuid dat onder meer de bouw van een nieuw voetbalstadion, woningen en winkels en horeca omvat. De gemeente heeft in 2017 toegezegd voor 40 miljoen euro uit eigen vermogen aan aandelen in het nieuwe stadion te kopen. Omdat het hier gaat om een private partij, is aandeelhouderschap alleen mogelijk als er een publiek belang - een maatschappelijk belang dat zonder overheidsingrijpen niet tot stand komt - is voor de gemeente. Daarvoor is volgens de rekenkamer geen duidelijke onderbouwing. Bij Feyenoord City heeft de besluitvorming zich geconcentreerd op het maatschappelijk belang van deelname aan de gehele gebiedsontwikkeling, aldus de rekenkamer.

"De gemeente heeft niet duidelijk gemaakt wat het publiek belang is dat aandeelhouderschap in het stadion noodzakelijk maakt en of daarvoor alternatieven zijn", schrijft de rekenkamer. Het college herkent zich niet in die conclusie en reageert: "Het is voor ons evident dat Feyenoord City met de beoogde maatschappelijke meerwaarde niet tot stand komt zonder een nieuw stadion en een nieuw stadion niet zonder een deelneming van de gemeente."

Publiek belang

De rekenkamer beveelt onder meer aan alsnog helder te onderbouwen welk publiek belang de gemeente zou moeten dienen met deelname in het stadion. Ook adviseert de rekenkamer de gemeente vast houden aan de afspraken die met alle betrokken partijen zijn gemaakt, om te voorkomen dat de gemeente meer verantwoordelijkheid op zich neemt dan strikt bij haar rol past.

De Rotterdamse politiek wil geen cent meer dan de afgesproken 40 miljoen euro bijdragen aan het nieuwe stadion, meldde RTV Rijnmond woensdag na een rondgang langs de partijen. Het stadionproject kost 444 miljoen euro en zou op z’n vroegst in 2025 moeten worden opgeleverd.