Chinese Didi zakt op Wall Street vanwege opheffen beursnotering

NEW YORK (ANP) - De Chinese taxidienst Didi ging vrijdag flink omlaag op de beurzen in New York. Beleggers verwerkten de aankondiging van het bedrijf om zijn notering op Wall Street op te geven en naar de beurs in Hongkong te gaan. De beurshandel stond verder in het teken van de ontwikkelingen rond de Omikron-variant.

Didi zakte ruim 9 procent. Het bedrijf dat afgelopen zomer naar de Amerikaanse beurs ging, gaf geen reden voor de beëindiging van zijn notering. De Chinese autoriteiten willen echter niet dat gevoelige data over Chinese consumenten in handen komen van de Amerikanen en heeft Didi eerder al verzocht zijn beursnotering op te geven. Tencent Music, de muziekstreamingsdienst van het Chinese techconcern Tencent, is ook genoteerd in New York en ging 8 procent omlaag. Ook de Chinese webwinkel Alibaba heeft een notering op Wall Street en in Hongkong. Dat aandeel verloor ruim 8 procent.

Ook was er nieuws over de Amerikaanse arbeidsmarkt. Uit het rapport van de Amerikaanse overheid bleek dat de werkgelegenheid in november beduidend minder sterk is aangetrokken dan een maand eerder. Ondanks de tegenvallende banengroei kunnen de cijfers de Federal Reserve steunen als de Amerikaanse centrale bank besluit de coronasteun nog sneller af te bouwen. De werkloosheid nam namelijk wel af en ook steeg het percentage van de Amerikaanse bevolking dat aan de arbeidsmarkt deelneemt.

Dow-Jonesindex

De Dow-Jonesindex noteerde kort na opening 0,2 procent hoger op 34.702 punten. De brede S&P 500 steeg 0,3 procent tot 4590 punten en technologiebeurs Nasdaq verloor 0,1 procent tot 15.370 punten.

Tesla verloor verder circa 1 procent. Topman Elon Musk heeft opnieuw een deel van zijn aandelen in de maker van elektrische auto's verkocht. De multimiljardair heeft nu in totaal 10,1 miljoen aandelen verkocht en ongeveer 10,9 miljard dollar opgehaald sinds hij op 6 november een Twitter-enquête hield met de vraag of hij 10 procent van zijn belang moest verkopen.

Overname tegenhouden

Nvidia leverde op zijn beurt bijna 1 procent in. De Amerikaanse toezichthouder FTC wil de overname van het Britse chipbedrijf Arm door zijn Amerikaanse branchegenoot tegenhouden. Nvidia kondigde ruim een jaar geleden aan Arm voor omgerekend 35 miljard euro te willen kopen van de Japanse techinvesteerder SoftBank.

De euro was 1,1294 dollar waard, tegen 1,1318 dollar een dag eerder. Een vat Amerikaanse olie steeg 3,6 procent in prijs tot 68,87 dollar. Brentolie kostte 3,8 procent meer op 72,30 dollar per vat.