EU-rekenkamer: beoogde uitrol van 5G-netwerk loopt achter

LUXEMBURG (ANP) - De uitrol van het snelle 5G-internet in Europa is volgens de Europese Rekenkamer (ERK) aanzienlijk vertraagd. In het huidige tempo halen de 27 lidstaten de doelstelling niet om in 2025 5G te hebben in alle stedelijke gebieden en op alle belangrijke transportroutes. Tegen 2030 zou er in de hele EU dekking met de vijfde generatie draadloze systemen (5G) moeten zijn.

"Door de achterstand plukt de EU nog lang niet de vruchten van 5G", zegt rapporteur Annemie Turtelboom, de Belgische oud-minister van onder meer Binnenlandse Zaken en Justitie. 5G zou tussen 2021 en 2025 het bruto binnenlands product (bbp) van de EU met naar schatting 1 biljoen euro kunnen verhogen en 20 miljoen banen kunnen opleveren. Volgens de ERK heeft slechts de helft van de EU-landen de streefdoelen voor toegang en dekking in nationale 5G-strategieën vastgelegd. Er is dan ook dringend een impuls nodig om de plannen te realiseren en economische groei en versterking van het concurrentievermogen te stimuleren, aldus de Europese Rekenkamer.

Op vier na alle lidstaten hebben de tussentijdse doelstelling van 2020 behaald dat ten minste één grote stad toegang tot 5G heeft. De kans dat 5G in 2025 in alle stedelijke gebieden en op alle belangrijke transportroutes in de EU zal zijn verwezenlijkt, is klein. In "het beste geval" zouden elf lidstaten, waaronder Nederland, mogelijk de streefdoelen halen.

Beveiligingsrisico's

Volgens de rekenkamer moeten de lidstaten ook meer doen aan een gecoördineerde aanpak van de beveiligingsrisico’s van 5G. Zes van de acht grootste leveranciers, zoals Huawei (China) en Samsung (Zuid-Korea), zijn niet in de EU gevestigd en zijn onderworpen aan buitenlandse wetgeving. Dat kan gevolgen hebben voor de normen voor bijvoorbeeld de bescherming van persoonsgegevens, indien controlecentra in niet-EU-landen staan.

Tot dusver heeft de Europese Commissie niet beoordeeld wat de impact kan zijn wanneer een lidstaat zijn 5G-netwerken bouwt met apparatuur van een leverancier die in een andere lidstaat als leverancier met een hoog risico wordt beschouwd. Dat kan gevolgen hebben voor de grensoverschrijdende veiligheid en zelfs voor de werking van de eengemaakte markt van de EU, waarschuwen de EU-controleurs.