Medeverdachte Ruinerwoldzaak wil proces in vrijheid afwachten

ASSEN (ANP) - Bijna een jaar nadat de geruchtmakende zaak Ruinerwold aan het licht kwam, houdt de rechtbank in Assen donderdag opnieuw een tussentijdse zitting tegen de twee verdachten, Gerrit Jan van D. (68) en Josef B. (59). De beide mannen worden er onder meer van verdacht dat zij zes kinderen van Van D. jarenlang tegen hun wil hebben laten verblijven op een boerderij nabij het Drentse dorp Ruinerwold. B. zal de rechtbank opnieuw vragen hem zijn proces in vrijheid te laten afwachten.

Volgens het Openbaar Ministerie leefden de kinderen in een soort religieuze ban op de boerderij. Justitie verdenkt Van D. ervan dat hij zijn kinderen ook heeft mishandeld. B. en Van D. zouden zich tevens schuldig hebben gemaakt aan de vrijheidsberoving van een Oostenrijkse man, in een huis in Meppel. De zaak heeft internationale media-aandacht getrokken.

Vooral de berechting van Van D. heeft nogal wat voeten in de aarde. De man heeft enige jaren geleden een hersenbloeding gehad en is daardoor onder meer zijn spraakvermogen kwijt. Als gevolg van zijn beperkingen is Van D. op eerdere inleidende zittingen niet verschenen. Hij verblijft in een penitentiair ziekenhuis. Josef B. heeft in de rechtszaal al meermalen uitvoerig geklaagd over het feit dat hij wordt vervolgd. Volgens hem is er sprake van een heksenjacht.

B., Oostenrijker van geboorte, is op last van de rechtbank geobserveerd in het Pieter Baan Centrum (PBC), voor een persoonlijkheidsonderzoek. Van D. zou, als gevolg van zijn invaliditeit, maar kort in de observatiekliniek zijn geweest. De rechtbank wilde dat het PBC de interactie tussen beide mannen in kaart zou brengen. De resultaten van het PBC-onderzoek zijn nog niet bekend.

B.'s advocaat Yehudi Moszkowicz heeft de rechtbank meermalen om al dan niet voorlopige vrijlating van gevraagd. Het verblijf in het PBC was eerder dit jaar reden voor de rechtbank dat verzoek af te wijzen. Moszkowicz zal donderdag opnieuw een schorsingsverzoek doen en acht dit kansrijk. De reclassering heeft op verzoek van de rechtbank een rapport over B. en eventuele schorsingsvoorwaarden gemaakt.

De rechtbank hoopt de zaak eind dit jaar, begin volgend jaar inhoudelijk te kunnen behandelen.