Oppositie Soedan ondanks noodtoestand actief

KHARTOEM (ANP/AFP) - Tegenstanders van het bijna dertig jaar oude regime van de Sudanese president Omar Hassan al-Bashir hebben laten weten door te gaan met demonstreren tot al-Bashirs regering weg is. De grootste oppositiepartij, de Umma Party, heeft in een verklaring beklemtoond dat de noodtoestand die al-Bashir vrijdag uitriep, ,,weer een teken is dat deze regering is mislukt''. Het protest wordt bloedig neergeslagen en er zijn tientallen doden gevallen en tegenstanders van het regime gemarteld of verdwenen.

Al-Bashir heeft de federale en regionale regeringen ontbonden en de noodtoestand uitgeroepen voor een periode van een jaar. Hij zei vrijdag dat hij met nieuwe bewindslieden en met de noodtoestand de economische crisis bestrijdt. Hij wil dat nu gaan doen met ,,gekwalificeerde mensen''. Volgens al-Bashir heeft Soedan het nog nog zo moeilijk gehad.

De groeiende oppositie protesteert al meer dan twee maanden tegen het autoritaire bewind. Dat wankelt onder meer als gevolg van de diepe economische crisis. De betogingen barstten 19 december los naar aanleiding van de stijging van de broodprijs. Maar de economische neergang is al veel eerder onder al-Bashir begonnen. Die is volgens waarnemers vooral een gevolg van zijn beleid, dat van hem een internationale paria heeft gemaakt en dat de economie heeft verlamd.

Al-Bashir is in 1989 met een militaire staatsgreep aan de macht gekomen. Hij werd lang gesteund door radicale islamisten. Hij heeft zijn macht ook te danken aan burgeroorlogen, waar het land vooral door zijn toedoen onder heeft geleden. Hij wierp zich graag op als beschermer tegen opstandige etnische groepen in het zuiden en noordwesten. Al-Bashir wordt al bijna tien jaar door het Internationaal Strafhof gezocht wegens volkerenmoord in het noordwestelijke Darfur.