Paul McCartney greep naar de drank na breuk The Beatles

De nasleep van de breuk van The Beatles (1970) hakte er destijds zwaar in bij Paul McCartney. De zanger werd door fans verantwoordelijk gehouden voor de breuk, had ruzie met zijn oud-bandleden en raakte verwikkeld in een juridische strijd.

De nu 78-jarige McCartney kan zich nu voorstellen dat mensen dachten dat hij, John Lennon, Ringo Starr en George Harrison elkaar haatten. "Wat ik me nu realiseer is dat, omdat we een familie waren en we een clubje waren, we ruzieden. Families ruziën. Alle families hebben onenigheden. Sommige mensen willen het een en anderen het ander", zegt de zanger in de Britse GQ.

Dat besef had McCartney vijftig jaar geleden nog niet. Kort na de breuk sleepte hij Allen Klein, de nieuwe manager van Lennon, voor de rechter omdat hij anders de rechten van de discografie van The Beatles zou kwijtraken. "Zoals je je misschien kan voorstellen was dat vreselijk en ging ik door moeilijke tijden heen. Ik dronk veel te veel en deed te veel van alles", blikt hij terug. "Het was gek, maar ik wist dat dat het enige was wat ik kon doen, want ik kon niet anders dan het redden, ik kon niet al het werk dat ik had gedaan in rook laten opgaan. Ik wist ook dat als ik het kon redden, ik het ook voor de rest (van The Beatles, red.) redde. Zij wilden het gewoon weggeven."

Uitgepraat

Van Lennon en zijn vrouw Yoko Ono kreeg hij publiekelijk meermaals de wind van voren. Zo nam Lennon het welbekende nummer How Do You Sleep? op waarin hij uithaalt naar zijn oud-collega. "En hij zong: Yesterday is alles wat je ooit hebt gedaan. En ik dacht: nee, man."

Uiteindelijk praatten de mannen het met elkaar uit. Voor Lennons dood in 1980 hadden de twee het bijgelegd. "Ik heb veel geluk in dat opzicht. We hebben onze familieruzie bijgelegd en ik heb hem meerdere keren gezien en gesproken, dus we waren vrienden tot het eind."