Rechter akkoord met vergoeding slachtoffers Weinstein

De voorgestelde liquidatie van The Weinstein Company is maandag door een rechter goedgekeurd. Dat betekent dat er 17 miljoen dollar vrijkomt voor de slachtoffers van de voor seksueel misbruik veroordeelde oud-filmproducent.

The Weinstein Company produceerde hitfilms als The King's Speech, Paddington en Django Unchained. De filmstudio vroeg begin 2018 een faillissement aan. Enkele maanden daarvoor werd oprichter Harvey Weinstein in een artikel in The New Yorker door een aantal vrouwen beschuldigd van seksueel wangedrag. Daarom volgde nog tientallen aantijgingen van anderen.

Naast het geld voor de slachtoffers is er in de overeenkomst ook een kleine tien miljoen gereserveerd voor andere schuldeisers en oud-bestuurders van het filmbedrijf onder wie Harvey Weinsteins broer Bob, als vergoeding voor een deel van hun advocatenkosten van de afgelopen jaren. Zij kunnen na ondertekening van het contract ook niet meer verantwoordelijk gehouden worden voor de misdragingen van Harvey Weinstein.

De producent zou van veel beginnende actrices en filmmakers seksuele gunsten hebben geëist in ruil voor een Hollywoodcarrière. Hij werd vorig jaar veroordeeld tot 23 jaar cel voor twee gevallen in New York. Ook loopt er nog een rechtszaak tegen hem in Los Angeles.

Een aantal slachtoffers heeft de schadevergoeding volgens Deadline geweigerd, omdat zij als ze deze accepteren geen juridische stappen meer tegen de oud-producent kunnen nemen. Wel kunnen zij een kwart van de vergoeding ontvangen op voorwaarde dat ze alleen nog tegen Harvey Weinstein kunnen procederen, en geen van zijn oud-zakenpartners bij The Weinstein Company.