Rijksmuseum toont recordaantal Europese renaissanceportretten

Ruim honderd renaissanceportretten zijn vanaf vrijdag te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam. De tentoonstelling Vergeet me niet. Portretten van Dürer tot Sofonisba toont werk van kunstenaars als Hans Memling, Albrecht Dürer en Paolo Veronese. Volgens het museum waren er niet eerder in ons land zo veel Europese renaissanceportretten bij elkaar.

De portretten komen uit musea in heel Europa en de Verenigde Staten. Een van de topstukken is Portret van een jonge vrouw (circa 1470) van Petrus Christus uit de Gemäldegalerie in Berlijn. Het is voor het eerst sinds 1994 dat het werk op reis gaat. Het Kunstmuseum in Bazel heeft verschillende bruiklenen beschikbaar gesteld, waaronder portretten van Jakob Meyer zum Hasen en zijn vrouw Dorothea Kannengiesser van Hans Holbein II (1516). Verder heeft het Rijks Jan Gossaerts Portret van Jan Jacobsz Snoeck (circa 1530) in bruikleen van National Gallery of Art in Washington.

In aanloop naar de tentoonstelling is het vroegst bekende Hollandse schuttersstuk van Dirck Jacobsz uit 1529 onderzocht en gerestaureerd. Het doek heeft volgens het museum een transformatie ondergaan. Zo zijn vergeelde vernislagen en overschilderingen weggehaald, waardoor voor het eerst sinds eeuwen het oorspronkelijke schilderij is te zien.

In de vijftiende en zestiende eeuw lieten mensen zich op doek vereeuwigen. Ze wilden er zo goed mogelijk uitzien, dus ieder onderdeel van de compositie - van gezichtsuitdrukking tot achtergrond en kleding- werd geregisseerd. De expositie, die tot en met 16 januari is te zien in de Philipsvleugel, gaat over ambities, verlangen en verlies. En over hoe mensen wilden overkomen aan de hand van thema's als schoonheid, gezag, ambitie, liefde, familie, kennis en geloof, aldus het museum.