Ruimtetelescoop James Webb veilig en wel aangekomen op werkplek

HOUSTON (ANP) - De nieuwe ruimtetelescoop James Webb is aangekomen op zijn eindbestemming, de plek waarvandaan hij de komende decennia het heelal moet observeren. Met een kleine koersverandering kwam hij in zijn baan rond de zon. De sonde heeft in iets minder dan een maand tijd ongeveer 1,46 miljoen kilometer afgelegd.

De vluchtleiding zette maandag de motoren van de telescoop 297 seconden lang aan, precies zoals gepland. Daardoor ging de snelheid iets omhoog, precies genoeg om hem 'in te parkeren'. De James Webb vliegt nu op een stabiele plek in de schaduw van de aarde en draait met de aarde mee rond de zon. Hij verbruikt daar zo min mogelijk energie, heeft vrij zicht op het universum en kan eenvoudig beelden en metingen doorsturen.

De James Webb is de opvolger van de beroemde ruimtetelescoop Hubble, die sinds 1990 actief is. Zijn einde nadert. Daarom hebben Europa, de Verenigde Staten en Canada de nieuwe telescoop ontwikkeld. Vanuit Nederland zijn onder meer de Universiteit Leiden en onderzoeksinstituut TNO bij het project betrokken.

Tennisbaan

De nieuwe ruimtetelescoop is ongeveer zo groot als een tennisbaan. De kern is een 6,5 meter grote spiegel, zes keer zo groot als die van de Hubble. Die spiegel werd twee weken geleden opengeklapt. Hij vangt het licht uit de ruimte op en kaatst dat naar een tweede spiegel, die het licht bundelt en naar de meetinstrumenten aan boord stuurt. De hoofdspiegel bestaat uit achttien zeshoeken die aan elkaar zitten, maar los van elkaar kunnen bewegen om scherp te stellen. De spiegel is gemaakt van beryllium, met daarbovenop een miniem laagje goud van 100 nanometer dik. Dat is duizend keer zo dun als een menselijke haar of een vel papier. Beryllium is licht, sterk en goed bestand tegen extreme kou. Het goud zorgt ervoor dat de spiegel beter in staat is infrarood licht te zien.

De James Webb moet onder meer zoeken naar planeten waar misschien leven mogelijk is, verre sterrenstelsels en sporen van de oerknal. Hij kan een miljard jaar verder terug in de tijd kijken dan de Hubble. Op zijn werkplek ver weg van de zon is de temperatuur 233 graden onder nul. Die extreme kou maakt de metingen nauwkeuriger en betrouwbaarder. Het project kost in totaal ongeveer 8 miljard euro.

De James Webb kan nog niet meteen aan de slag. Een van de meetinstrumenten aan boord moet worden gekoeld tot 266 graden onder nul. Dat duurt ongeveer een maand. Daarna duurt het een paar maanden om te testen of alles goed werkt. In de zomer kan de James Webb waarschijnlijk de eerste metingen verrichten.