Sony stijgt op hogere Japanse beurs, Hongkong zet opmars voort

JAPAN (ANP) - Sony behoorde vrijdag tot de sterkste stijgers op de aandelenbeurs in Tokio. Beleggers verwerkten het nieuws dat de Amerikaanse concurrentiewaakhond FTC de miljardenovername van gamesbedrijf Activision Blizzard door Xbox-maker Microsoft wil tegenhouden. Microsoft liet in januari weten de uitgever van populaire videogames als Call of Duty en World of Warcraft te willen kopen voor 69 miljard dollar. De FTC vreest echter dat Microsoft concurrerende speluitgevers zal uitsluiten van zijn spelcomputer Xbox.

Sony dikte 2,5 procent aan. Microsoft liet eerder deze week nog weten Sony te hebben aangeboden om Call of Duty-spellen nog tien jaar voor de Playstation, de spelcomputer van het Japanse concern, te maken. Sony zag dat echter niet zitten. Nintendo sloot wel een deal met Microsoft om Call of Duty voor tien jaar beschikbaar te stellen voor zijn spelcomputers, zoals de Switch. Het aandeel Nintendo won 0,3 procent.

Mede dankzij de stevige koerswinst van Sony eindigde de Nikkei in Tokio 1,2 procent hoger. Ook andere Japanse tech- en chipbedrijven gingen vooruit na het herstel van de Amerikaanse techgraadmeter Nasdaq op Wall Street. Chiptester Advantest klom dik 5 procent en techinvesteerder SoftBank won 1,1 procent. Toshiba steeg 4 procent. Persbureau Reuters meldde dat de groep onder leiding van Japan Industrial Partners een stap dichter bij de financiering van zijn overnamebod op Toshiba is gekomen.

De Hang Seng-index in Hongkong bleef profiteren van de coronaversoepelingen in de Chinese stadstaat en zette de opmars voort met een plus van 1,9 procent. Ook in Zuid-Korea en Australië stonden plussen op de koersborden. De Kospi in Seoul klom 0,6 procent en de All Ordinaries in Sydney kreeg er 0,5 procent bij.

De beurs in Shanghai won 0,2 procent na publicatie van de inflatiecijfers. De consumentenprijzen in China stegen vorige maand met 1,6 procent en lieten daarmee een afkoeling zien ten opzichte van de inflatie van 2,1 procent in oktober. De prijzen die Chinese fabrikanten rekenen voor hun goederen namen in november opnieuw af met 1,3 procent. De inflatiecijfers lagen in lijn met de verwachtingen van economen.