Vetter leidt olympische zevenkamp: ik ga goed

TOKIO (ANP) - Anouk Vetter schrok ervan dat ze op de Olympische Spelen in Tokio haar naam bovenaan de ranglijst van de zevenkamp zag staan na de eerste dag. De 28-jarige Arnhemse vergaarde op de eerste vier onderdelen de meeste punten, meer dan topfavoriete Nafissatou Thiam, de Belgische olympisch kampioene van Rio 2016.

"Dit is me nog nooit overkomen, bovenaan staan. Ik dacht wel even van 'wow, shit'. Maar ik ga nu absoluut niet met mezelf weglopen, ik moet de verwachtingen temperen", zei de Europees kampioene van 2016. "Ik kan er alleen niet omheen, ik draai lekker, ik ga goed. Een zevenkamp duurt echter wel twee dagen, dus vandaar dat ik niets verwacht. De buitenwereld ook niet te veel hoop ik, maar dat zal wel niet."

Vetter lijkt echter in de vorm van haar leven. Ze begon met een persoonlijk record op de 100 meter horden van 13,09, de derde tijd. Bij het tweede onderdeel, het hoogspringen, noteerde ze 1,80 meter. Vervolgens stootte ze de kogel naar een verre 15,29 meter en liep daarna de 200 meter in een goede 23,81 seconden. Ze vergaarde 3968 punten. Noor Vidts uit België staat tweede met 3941 punten. Thiam is de nummer drie met 3921 punten. De Britse wereldkampioene Katarina Johnson-Thompson raakte geblesseerd aan een kuit en viel uit.

Lange pauze

"Meestal kom ik pas kijken na verspringen of speerwerpen en niet al na twee onderdelen. Ik doe het beter ten opzichte van de WK van 2017 in Londen, dus daar blijf ik een beetje aan denken", zei Vetter, die destijds brons veroverde met een Nederlands puntenrecord van 6636.

Op de WK in Doha, twee jaar later, knakte ze onder de druk van de verwachtingen en na zes onderdelen staakte ze de strijd. Ze nam vervolgens een lange pauze om uit dat mentale wak te klauteren. Geleidelijk hervond ze het plezier in haar sport en dit jaar is ook de ambitie helemaal terug.

"Ik heb hele fijne mensen om me heen en die hebben me geholpen. Ik beleef de zevenkamp nu anders. Ik verwacht wel een goede technische uitvoering. Als ik daar in de de buurt kom kan ik mezelf niks kwalijk nemen. Vroeger was ik veel meer bezig met het eindresultaat en hoe ik dat in de wedstrijd kon managen. Dat is veranderd. Ik ga nu lekker, maar nogmaals, ik temper de verwachtingen over een medaille. Bij verspringen zijn er veel punten te verdienen, dus als dat niet goed gaat morgen kan het zomaar over zijn.’’