Voetbalsters zien dat verschil met Verenigde Staten nog groot is

BREDA (ANP) - De internationals van het Nederlands elftal voor vrouwen hoopten dat het verschil met de Verenigde Staten in anderhalf jaar wat kleiner was geworden. Ze moesten vrijdag na de nederlaag van 2-0 in een oefenwedstrijd in Breda echter concluderen dat dat niet echt het geval is. De uitslag was hetzelfde als tijdens de verloren WK-finale in de zomer van 2019 en ook het spelbeeld kwam grotendeels overeen.

"Dit was een hele andere wedstrijd, qua druk en ambiance", zei spits Jill Roord. "We hebben af en toe meegevoetbald, maar nog steeds te weinig gecreëerd. Ik denk wel dat we meer aan de bal zijn geweest dan in de WK-finale. Ik denk dat dit een hele goede testwedstrijd was om te kijken waar we staan. Ik denk dat we nu zijn begonnen met de aanloop naar de Olympische Spelen en nu moeten we weer groeien om tegen die tijd, als we de Verenigde Staten dan tegenkomen, beter voor de dag te komen. We hebben nog wel een tijdje, maar er moet nog wel wat gebeuren."

Middenvelder Jackie Groenen zag wel wat lichtpuntjes. "Als wij aan de bal waren hebben we wel wat voetbal laten zien, denk ik. Als we het spel konden openen van de ene naar de andere kant, lag er best wel wat ruimte. Dat moet alleen nog wat sneller", zei ze. "Of het gat met Amerika kleiner is geworden? Ik vind het moeilijk daar nu een antwoord op te geven. Ik denk dat we even goed moeten kijken naar waar het nog niet goed stond. Dan kunnen we daar aan werken."

Arjan Veurink, die Sarina Wiegman verving als bondscoach, vond de oefenwedstrijd ondanks het krachtverschil nuttig. "We hebben een goed beeld gekregen van waar we nu staan en welke aspecten we nog verder moeten doorontwikkelen om Amerika te kunnen verslaan."