Voormalig premier Pakistan veroordeelt aanval op Rushdie

De voormalige premier van Pakistan, Imran Khan, heeft de aanval op schrijver Salman Rushdie vrijdag in een interview met The Guardian veroordeeld. Hij begrijpt "de woede van de islamitische wereld vanwege het boek De Duivelsverzen" maar zegt dat deze "de aanval niet rechtvaardigt". Volgens de Britse krant is het opvallend dat Khan de aanval op de auteur "vreselijk en verdrietig" noemt, omdat andere politici in de regio zich hebben onthouden van commentaar.

De Brits-Indiase schrijver Rushdie (75) werd vorige week neergestoken tijdens een lezing in de Amerikaanse staat New York. Kort daarop werd de 24-jarige Hadi Matar gearresteerd, die donderdag tijdens zijn voorgeleiding zei "niet schuldig" te zijn aan een poging tot moord. Tegen The New York Post zei Matar een dag eerder wel dat hij Rushdie "geen goed persoon" vond. "Hij is iemand die de islam heeft aangevallen."

Een motief voor de aanval is nog altijd niet duidelijk want Matar wilde niet zeggen of hij was geïnspireerd door de inmiddels overleden Iraanse ayatollah Ruhollah Khomeini. Die vaardigde in 1989 een fatwa, een doodsvonnis, tegen Rushdie uit om zijn roman De Duivelsverzen. Dit boek wordt door sommige moslims gezien als godslasterlijk. Rushdie dook na vele bedreigingen onder totdat de Iraanse regering in 1998 afstand nam van de fatwa.

Tien jaar geleden weigerde Khan nog een evenement in India te bezoeken omdat Rushdie daar ook aanwezig zou zijn, schrijft de Britse krant. De twee wisselden beledigingen uit, maar de voormalige premier van Pakistan heeft volgens The Guardian nooit publiekelijk opgeroepen tot geweld tegen Rushdie. Khan moest in april vertrekken als premier nadat het Pakistaanse parlement het vertrouwen in hem opzegde.