Weinig voordeel voor Big Five-landen op songfestival

Big Five-landen op het Eurovisie Songfestival hebben statistisch gezien maar weinig voordeel van het feit dat ze al automatisch in de finale staan. Geldschieters Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje eindigden sinds de introductie van de halve finales in 2004 veel vaker in de achterhoede dan in de top 10.

Volgens de bookmakers maakt Frankrijk volgende week een goede kans om het songfestival te winnen. Zangeres Barbara Pravi behoort al maanden tot de favorieten. Sinds de komst van de halve finales wist tot nu toe slechts één keer een Big Five-land het songfestival te winnen. Duitsland zorgde in 2010 voor de primeur. In de jaren daarvoor eindigden vier inzendingen van een Big Five-land in de top 10 en daarna gebeurde dat nog 13 keer.

37 inzendingen eindigden sinds 2004 kansloos in de achterhoede, waarvan acht keer op de allerlaatste plaats. Groot-Brittannië presteert verreweg het slechtst van de Big Five met slechts één top 10-notering (2009). Italië doet het sinds de terugkeer op het songfestival, in 2011, juist uitermate goed met zeven top 10-noteringen waarvan twee tweede plaatsen.

Uitzondering

Een mogelijke verklaring voor de overwegend slechte prestaties van de Big Five is dat het publiek de liedjes maar één keer voorbij hoort komen, in de finale. De andere deelnemende landen kunnen hun liedje allemaal al een keer laten horen in de halve finales.

De uitzonderingspositie voor de grote landen ontstond in 1999, toen nog zonder Italië. Omdat het songfestival nog geen halve finales kende moesten landen na een slechte prestatie een jaar toekijken. De grote landen betalen meer aan het evenement en om te voorkomen dat ze een editie moesten overslaan en daardoor niet konden bijdragen, kregen ze een automatische finaleplaats. Sinds 2011 is er sprake van een Big Five, toen Italië voor het eerst sinds 1997 weer meedeed.