Zoektocht Defensie over Irak duurt langer

DEN HAAG (ANP) - Defensie heeft meer tijd nodig om antwoord te geven op Kamervragen welke ministers wisten van de burgerdoden door een Nederlandse luchtaanval in Irak. Minister Ank Bijleveld had de Tweede Kamer beloofd eind deze week helderheid te geven, maar dat wordt begin volgende week.

Kamerleden willen onder meer weten of premier Mark Rutte en de toenmalige ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking op de hoogte zijn gesteld. Defensie verklaarde onlangs dat het "aannemelijk" is dat zij zijn geïnformeerd.

Om de antwoorden te vinden moeten veel computers worden doorzocht. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een postennet met een "gecompliceerde ICT-structuur", aldus Bijleveld in een brief aan de Kamer. Verder wisselen diplomaten geregeld van functie, zeker als ze op zware posten zitten zoals Irak. "Gezien het grote volume van de te doorzoeken centrale en decentrale bestanden en omwille van de eerder genoemde zorgvuldigheid is enige extra tijd benodigd."

Onjuist geïnformeerd

Bij de aanval met Nederlandse F-16's op een bommenfabriek van terreurgroep IS in Hawija kwamen op 3 juni 2015 tientallen mensen om, onder wie burgers. Enkele weken later meldde de toenmalig minister van Defensie, Jeanine Hennis, dat er geen burgerdoden in Irak waren gevallen door Nederlandse acties. Daarmee werd de Kamer onjuist geïnformeerd.

Bijleveld kreeg tijdens een debat over dit onderwerp al een motie van wantrouwen aan de broek. Bijna de hele oppositie zegde het vertrouwen in haar op. Rutte wil de kwestie zo snel mogelijk hebben opgehelderd. Dinsdag en woensdag heeft hij volgens ingewijden met de meest betrokken bewindslieden overlegd.