Zwembaas Cats krijgt in Tokio bevestiging van ‘groot denken’

TOKIO (ANP) - Met twee zilveren medailles ligt de Nederlandse zwemploeg op koers om de doelstelling op de Olympische Spelen te halen. Technisch directeur André Cats hoopt Tokio met drie medailles te verlaten. "Dat is nog steeds een uiterst reële doelstelling, met het open water nog te gaan", zegt Cats na de slotdag van het zwemtoernooi in het Tokyo Aquatics Centre. "We liggen op koers."

Arno Kamminga pakte twee zilveren medailles in het zwembad, op de 100 en 200 meter schoolslag. Daarnaast stonden Ranomi Kromowidjojo (50 vrij), Femke Heemskerk (100 vrij), Kira Toussaint (100 rug), Thom de Boer (50 vrij) en twee estafetteploegen in de finale. "Als je kijkt naar ons aantal zwemmers in de halve finales, in de finales en de hoeveelheid medailles, dan zijn dit onze beste Spelen sinds Sydney 2000", aldus Cats. Toen won Oranje vijf gouden zwemmedailles, met dank aan Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn.

"Dit bevestigt dat we op een goede manier bezig zijn. Vergeet niet wat voor een mondiale topsport dit is, waar tot in de laatste meters wordt gestreden om de winst. En daar doen wij aan mee", aldus Cats. "De perceptie is wel eens dat we op vorige Spelen twintig finaleplaatsen hadden, maar dat is niet zo. In de breedte waren we hier gelijkwaardig aan Sydney. Dat sterkt ons om op de ingeslagen weg verder te gaan."

Groot denken

Na het debacle op de Spelen van Rio, waar Nederland in het 50-meterbad geen enkele medaille pakte en er een verziekte sfeer heerste binnen de zwemploeg, moest Cats als nieuwe technisch directeur de rust terugbrengen. "We zijn met z'n drieën, de coaches Marcel Wouda en Mark Faber en ik, begonnen met een plan. Het begint met groot denken, de lat hoog leggen en vervolgens alle consequenties aanvaarden. Zonder compromissen voor het doel gaan." Met Kamminga volgens Cats als beste voorbeeld. "Het proces bij Arno klopte van a tot z. Het laat zien dat als je de vastberadenheid hebt om alles tot in detail goed uit te voeren, je op het olympische podium kan komen."

Waar bij landen als Australië en de Verenigde Staten het ene na het andere talent doorbreekt, moet Nederland het op zwemgebied nog steeds hebben van enkele toppers. "Een 18-jarige bij ons heeft duizenden uren minder getraind dan een leeftijdsgenoot in zulke landen", verklaart Cats."Onze topsportprogramma's kunnen zich meten met ieder land in de wereld, maar onze clubs hebben nog steeds beperkte mogelijkheden. We moeten de komende jaren af van de vrijwilligerscultuur bij de clubs. In andere landen staan daar al echte professionals langs de badrand."