Freud en Halsted aan de cocaïne

In de 19e eeuw werd enthousiast geexperimenteerd met drugs. William James, een beroemd Amerikaans psycholoog (1842-1910) experimenteerde met lachgas en schreef daar in 1882 een boek over: The Subjective Effects of Nitrous Oxide. Zijn schrijfsels werden er soms onsamenhangend door, maar in vergelijking met andere middelen die in die tijd in omloop waren, was lachgas relatief onschuldig.

We hebben de neiging om te denken dat de jaren ’60 neiging hét tijdperk van de drugscultuur was, maar drugsgebruik kwam aan het eind van de 19e eeuw al vaker voor en werd algemeen aanvaard. Zelfs in academische kringen gebruikte men een breed scala van drugs, gaande van chloroform tot hasj.

Aan het eind van de 19e eeuw werd ook cocaïne toegevoegd aan gepatenteerde medicijnen en populaire drankjes. En over cocaïne heeft Howard Markel, arts en medisch historicus, een boek geschreven: An Anatomy of Addiction: Sigmund Freud, William Halsted, and the Miracle Drug Cocaine. ‘Miracle’ slaat op de manier waarop het middel onthaald werd binnen de medische wereld. Artsen hadden nog maar net ontdekt hoe je pijn kunt verlichten met verdovende middelen. Ether werd pas in 1846 in gebruik genomen en voor die tijd was er geen middel tegen de pijn van een operatie. ‘Anatomy of aan Addiction’ geeft echter aan dat Markel het Victoriaanse enthousiasme voor het wondermiddel niet deelde en de verslaving van deze mannen aan een vrij klinische analyse heeft onderworpen.

Als hoogleraar chirurgie aan de Johns Hopkins Medical School pionierde Halsted met steriele operatiemethodes, nieuwe chirurgische technieken en lokale anesthesie. Dat laatste bracht hem ertoe om te gaan experimenteren met cocaïne en zo raakte hij verslaafd aan het spul. Voorheen was hij vriendelijk en sociaal, maar naarmate hij meer en meer verstrikt raakte in zijn verslaving was hij zichzelf niet meer. Zijn vrienden probeerden hem te redden, zelfs te dwingen om zich te laten opnemen, maar voor zover bekend heeft hij dat nooit gedaan.
Freud ging nog een stuk verder, volgens Markel. Hij was niet alleen een verslaafde, maar ook een soort zendeling, die van zijn positie misbruik maakte om cocaïne te promoten voor het verbeteren van zowat alles, gaande van de stemming tot het intelectueel functioneren. In 1884 publiceerde Freud ‘Über Coca’, een lofzang op het ‘magische middel’. Freud was één van de eersten, die de ‘kwaliteiten’ van cocaïne beschreef: het verdovend effect, de energieboost en het geweldige gevoel van zelfvertrouwen. Hoewel het effect kort van duur is, vond Freud het ‘zeer effectief’. Hij schreef het zelfs voor om mensen van hun morfineverslaving af te helpen.

In het boek kom je meer te weten over Freud dan over Halsted. Dat is vooral te wijten aan Freud’s loslippigheid. Maar er zijn wel een aantal vragen die voor beiden gelden, zoals: Is er zoiets als een persoonlijkheid, die je vatbaar maakt voor verslaving? Beide heren deelden de wanhopige behoefte om succesvol te zijn of is steeds weer de top moeten halen het gevolg van de verslaving? Wie zal het zeggen?

Bron(nen):   Wall Street Journal