Kunst uit het pasfotohokje

Het allereerste fotohokje stond op Broadway in New York. We schrijven het jaar 1926. Het kostte destijds ruim 8 minuten om de foto’s te ontwikkelen maar het hokje bleek in de eerste zes maanden al een doorslaand succes. Eind jarig vijftig was Andy Warhol een van de eersten die het fotohokje als een plek zag om kunst te maken. Hij gebruikte de foto’s als basis voor zijn zeefdrukken. Rijke klanten die voor een exclusief portret naar Warhol kwamen, werden niet zelden voor hun foto doorgestuurd naar het dichtstbijzijnde fotohokje. 

Ook in de bekende Franse film Amélie speelt het fotohokje een belangrijke rol. De hokjes verdwijnen echter steeds meer uit het straatbeeld (tot groot verdriet van de echte fans) nu iedereen met zijn mobiele telefoon gemakkelijk rare kiekjes kan maken. En nu de eisen voor officiële pasfoto’s zo veel strenger zijn geworden, verdwijnt er ook een belangrijke functie voor het fotohokje. Het is de vraag of de wereld er daarmee zoveel leuker op wordt, nu iedereen met dezelfde chagrijnige blik en afgemeten kop in zijn paspoort door de douane mag. 

De Amerikaanse regisseur en auteur Raynal Pellicer publiceerde eerder het boek ‘Mug Shots’, met daarin de arrestatiefoto’s van bekende en/of beruchte Amerikanen zoals Al Capone, Jim Morrison, O.J. Simpson en Jane Fonda. Voor het boek ‘Photobooth: The Art of the Automatic Portrait’ verzamelde hij zelfportretten van heel wat bekende en onbekende Amerikanen en laat zo een mooi tijdsbeeld zien. Inmiddels is er een Franse versie verschenen. Wat schaars is, wordt vanzelf weer kunst. 

Amélie

Andy Warhol

The Beatles

Anne Frank

Bron(nen):   L'Express  Photobooth.net  Facebook