Waarom eten we niet meer paardenvlees?

Paarden mogen niet gekweekt worden voor de slacht. Alleen paarden die op één of andere manier economisch niet meer rendabel zijn, komen in het slachthuis terecht en hun vlees kan ter consumptie worden aangeboden. De kwaliteit is echter variabel, gezien de verschillen in leeftijd en leefomstandigheden. Het paardenvlees dat hier verkocht wordt (voor zover dat al het geval is) komt meestal uit Zuid-Amerika, met name Argentinië.

In België, Frankrijk en Zweden weten ze er wel raad mee. Het Vlaamse stoofvlees is niet zelden gemaakt van paard. Een goede keuze, want het is zeer mager, mals vlees en rijk aan ijzer. Met flink wat kruiden, een paar uien en trappist maak je van het iets zoetere vlees een tongstrelend gerecht. Maar Nederlanders (en volgens Slate ook Amerikanen) willen er niet aan.

Wat is het verschil tussen het eten van paardenvlees en vlees van een rund, varken, geit, schaap of kip? Er schijnt een historische basis voor te zijn. Paus Gregorius III schreef in de 8e eeuw een brief aan een Duitse bisschop waarin hij hem opdroeg om ‘deze heidense praktijk’ uit te roeien. Rond dezelfde tijd werd in Ierland een wet van kracht die een einde maakte aan de Keltische en Germaanse gewoonte om paardenvlees te eten. Overtreders werden gedurende 4 jaar op een rantsoen van water en brood gezet. Paarden zijn ook niet koosjer. Historici denken daarom dat het verbod op het eten van paard hielp om een onderscheid te maken tussen gelovigen en heidenen.

Rond 1800 raakte het eten van paard toch weer in zwang in grote delen van Europa, zelfs in Nederland. In de VS werd het alleen vlak na WO II gegeten ter vervanging van andere vleesssoorten, die schaars geworden waren. Waarom Nederlanders het niet eten? Roomser dan de paus?

Bron(nen):   Slate