Architectuur en filosofie van het bordeel

Het boek van Paul Teyssier ‘Maisons closes Parisiennes‘, ofwel: ‘Parijse bordelen, immorele architectuur uit de jaren ’30’ gunt ons een kijkje achter de schermen van deze ‘besloten huizen’. Het is een monumentaal werk, rijk geïlustreerd, met een bloedrode zijdezachte kaft, vol met nooit eerder gepubliceerde teksten. Een lust voor het oog!

In de 18e eeuw raakt het boudoir in de mode, het pruilkamertje, waar de dame zich terug kon trekken als ze naar privacy verlangde. In haar boudoir kon zij ‘volledig zichzelf’ zijn. Annick Pardhaillé Galabrun noemde het ‘de geboorte van de intimiteit’.

Het was ook de tijd van de Markies de Sade, Casanova, en de aristocratische libertijnen. Zij eisten vrijheid van denken, de vrijheid om (niet) te geloven en het recht om te beslissen over het eigen lichaam.

De bordelen van de jaren dertig grijpen met hun excentrieke architectuur terug op de pompeuze boudoirs van toen. Maar ook de decadente tijdsgeest wordt er in stand gehouden. In de zwarte crisisjaren vormen de bordelen een warm en besloten toevluchtsoord, waar men nog kan geloven in het recht op vrijheid van denken, zelfbeschikking en genot.

Bron(nen):   Liberation