Zaanstad: toppunt van postmodernisme

‘Twintig jaar lang was Nederland het Cuba van de internationale architectuur geweest’, schrijft Bernard Hulsman in NRC. ‘Het postmodernisme,  dat sinds 1970 was opgekomen in de Europese architectuur, bleef in Nederland een marginaal verschijnsel waar de meeste architecten op neer keken’. Op de uiteindelijke doorbraak – rond de eeuwwisseling – volgde een vloedgolf. En het postmodernisme is in Nederland nog lang niet dood. Het nieuwe centrum van Zaanstad vormt het hoogtepunt.

Inverdan, het bijna voltooide plan voor het nieuwe centrumgebied van Zaanstad, waarin ‘plaats, context en identiteit’ centraal staan, is ontworpen door architect Sjoerd Soeters. Een stadscentrum moet bestaan uit besloten straatjes en pleintjes, geen grote open ruimtes rondom losstaande gebouwen. Maar het plan omvat meer dan alleen gebouwen. Zo liet Soeters de gedempte Oude Gracht, die veel te breed was voor een gezellige winkelstraat weer uitgegraven. De voetgangersbrug over de provinciale weg heeft plaats gemaakt voor een met blauwe huisjes bebouwd viaduct, een soort Zaanse Ponte Vecchio. De architectuur is ‘contextueel’, omdat de nieuwe gebouwen aansluiten op de oude bakstenen fabrieksarchitectuur of op de traditionele houten woonhuizen van Zaanstad.

Voor het stadhuis ging Soeters uit van de ‘decorated sheds’ (versierde schuren), zoals de Amerikaanse postmodernisten Robert Venturi, Steven Izenour en Denise Scott Brown ze noemden in hun boek Learning from Las Vegas uit 1972. Een Zaans huis heeft vaak een versierde gevel die niet correspondeert met het achterliggende huisje. De gevel staat er als een scherm los voor, net als bij een saloon in een cowboystadje. In Zaanstad worden de voorzetgevels gemaakt van hout en versierd met zowel klassieke elementen van Europese renaissance- en barokarchitectuur, als met verwijzingen naar hedendaagse wereldberoemde architectuur, zoals de glazen piramide van het Louvre in Parijs van I.M. Pei. De gevel met een cirkel bovenop een rechthoek is ontleend aan de architectuur van Aldo Rossi. Zo verwijst elke gevel naar werk van een bekende architect of populaire cultuur.

 

foto: Soeters Van Eldonk architecten

 

De trouwtoren van het stadhuis heeft aan weerszijden ter hoogte van de dakgoot twee cirkels gekregen. Dat zijn twee trouwringen. Een grote klok staat ertussen. De ringen komen in de top bij elkaar en op de overlapping van de ringen is een ‘makelaar’ geplaatst met een typisch Zaanse slingerende staart, maar je kunt er ook een omlaag zwemmende spermatozoïde in zien. Postmodernistischer kan het niet worden. Superpostmodernistisch is het, net al het al eerder gerealiseerde Intell Hotel van WAM-architecten/Molenaar en van Winden met 4 gevels van op elkaar gestapelde Zaanse huisjes. En dat alles op 10 minuten treinen van Amsterdam CS.

 

Foto: Roel Backaert © WAM architecten / Molenaar & Van Winden architecten

Bron(nen):   NRC Cultureel suppl. 25-10-12 (niet online)  Soeters Van Eldonk architecten  WAM architecten  

1 Reactie Doe mee met de discussie →


  1. Jasper Nagtzaam

    Het was beslist een aardig idee en het moet gezegd – in meerdere opzichten is het centrumplan (gedeelte stationsgebied) aardig uitgevoerd. Postmodernistisch is het zeker – een hoogtepunt zou ik het (nog) niet willen noemen; pas met het verstrijken der jaren zal blijken of de waardering van het concept terecht is. Er valt nu echter al wel het één en ander op aan te merken.

    De woonblokken langs de weg in pakhuisstijl (‘De Poort van Rustenburg’) zijn zeker fraai. Kloeke, bakstenen verschijningen met subtiele, goeddeels functionalistische ornamentering en een vernisje van het verleden.

    Haaks erop staan aan de rand van het gebied ook enkele bakstenen creaties. Deze zijn veel minder goed geslaagd. Het lijken niets meer of minder te zijn dan opgeblazen rijtjeshuizen. Fantasieloze en gemakzuchtige architectuur.

    De rand verder afgaand, komen we bij gebouw ‘De Tsaar’, verwijzend naar de aanpalende Russische Buurt, met straatnamen die verwijzen naar beroemde Russen. Bovendien is het een directe link met tsaar Peter de Grote, die ooit de kunst van het scheepbouwen in Zaanstad kwam afkijken. De Zaankanters gedroegen zich echter zo afwerend en vijandig tegen de Rus, dat hij al na korte tijd zijn biezen pakte en neerstreek in Amsterdam, waar men ‘uitlanders’ wat meer gewoon was.

    In het geval van de nieuwe Zaandamse architectuur is het echter de Tsaar die de boel onleefbaar maakt. Van een afstand is het een imposante verschijning en in die hoedanigheid een aardig stiefbroertje van de Saentower. Die grijze kolos wordt vaak (onterecht) weggezet als uit de koker gerold van de meest communistische wethouder van Zaanstad in de jaren ’70, maar dat is gesproken zonder kennis van zaken. Iedere stenen plaat in de gevelbekleding van de Saentower is door een andere artiest bewerkt en heeft daardoor op het oog alles gemeen met die om hem heen, maar voor de goede beschouwer is er dus juist een veelvoud aan onderscheid te zien. Toegegeven, de Tsaar oogt stukken vriendelijker als gebouw, maar wie de plint aan de voet van de woontoren beschouwt, krijgt direct de indruk dat men met een Legotoren van doen heeft. Het verbaast mij dat er geen bordjes hangen met “roken en open vuur verboden”, want van wat anders dan tweederangs weggooiplastic kan dat ding gemaakt zijn? Een goedkoop ogend en op de keper beschouwd tamelijk fantasieloos geheel.

    Naast de Tsaar bevindt zich het verzamelgebouw met de bioscoop, enkele winkels en de parkeergarage. Niet bepaald slecht, maar beslist geen blijvende herinnering in de architectuurgeschiedenis. De gevel is strak – donkergrijs metaal en glas. Boven op het gebouw zit een uitkragende, schots en scheve, dikke daklijst die zelf lijkt te twijfelen of het de bedoeling is van hout te lijken. Voor wie het nieuwe centrum van Almere kent: zoiets, maar dan een slag armoediger. Een stijlelement dat het gebrek aan ideeën bij de architect pijnlijk blootlegt.

    Om het rondje ‘Hermitage’ af te maken, slaan we nog een keer linksaf en zien dan een rijtje hoge woonhuizen in sobere zaansehuisjesstijl. De knipoog naar het verleden is duidelijk aanwezig, maar gaat door de functionalistische benadering, plus het feit dat de proporties kloppen, nergens over de (postmodernistische) rand.

    Tegenover het shoppingcenter bevindt zich een fraai rijtje woonhuizen (boven) en winkels (beneden). Het iets geoefende oog herkent er verwijzingen naar traditionele gevels in, maar ze zijn zeer eigentijds uitgevoerd, in groene en witte elementen. Een fris en fraai geheel dat dient als nieuwe plint van de Saentower.

    Als we vanaf daar doorlopen naar NS-station Zaandam komen we het inmiddels beroemde en beruchte hotel tegen. Het is een zeer gedurfd ontwerp, maar het werkt wel. Enerzijds is er de chaos van het stapelconcept, maar wie ook hier iets langer kijkt ziet een bepaalde ordening. Alles staat uiteindelijk toch in het gelid; er is een balans en die zorgt voor rust. De enig echte dissonant in dat geheel is de (traditioneel) blauwe bruidssuite, die ernstig detoneert, tegen een verder hoofdzakelijk groen geheel. Het wekt de indruk dat de architect het stijlgevoel heeft van iemand met witte sportsokken in sandalen. Een beroep op de dichterlijke vrijheid t.a.v. de kleurkeuze was hier zeer op zijn plaats geweest.

    Het stadhuis ertegenover is in zijn totaliteit ook niet gek, maar hier en daar wel erg lomp uitgevoerd. Met name de ‘trouwringen’ aan weerszijden van de klok ogen alsof ze vervaardigd zijn van het meest goedkope plastic dat voorhanden was. Wat verder bevreemdt, is de keuze voor puntdaken. Natuurlijk – zo zien traditionele Zaanse huisjes eruit. Het lijkt echter een schrijnende verkwisting van ruimte en materiaal wanneer de vertrekken vanaf de schuin toelopende daklijsten leeg zijn en slechts in ijdelheid bestaan. Wanneer gezegd wordt dat het postmodernisme werkt met façades, zoals in het Wilde Westen bij saloons, lijkt dat gevoel in dezen bevestigd te worden.

    Het vorige stationsgebied – een kale, kille beton- en asfaltvlakte met een belendend winkelcentrum dat was opgetrokken in een kleur groen waarvoor nog steeds een naam wordt gezocht (en de twijfelachtige eer had de eerste MacDonalds van Europa te huisvesten) – heeft de 25 jaar niet uitgediend. De vraag is hoe lang het gaat duren voor wat onlangs is opgeleverd weer op de schop gaat. Zeker, er zit flink wat postmodernisme in, dankzij de invloed van het bureau Soeters & Va Eldonk. Echter, zelfs als de op dit moment breed gedragen waardering daarvoor beklijft, valt te vrezen dat de fantasieloze en goedkope gedeeltes van de uitvoering van plan Inverdan niet lang verschoond zullen blijven van grote ingrepen. Praatjes vullen tenslotte geen gaatjes. Ook niet als ze postmodernistisch klinken.

Reacties niet toegestaan