Spanje is een bijzonder land

In Spanje is de werkloosheid inmiddels gestegen tot zeventien procent van de beroepsbevolking, de twintig procent ligt binnen bereik.
Tijd voor grote sociale onrust, vraagt The Wall Street Journal zich af?
Allereerst valt op dat de massale werkloosheid niet gepaard gaat met zichtbare armoede – er slapen geen Spanjaarden onder bruggen en in parken. Komt volgens de WSJ, omdat Spanjaarden nog altijd in sterke sociale verbanden leven. Men vangt elkaar (in de familie) op. De familie is het vangnet in slechte tijden.
Van grote onrust, laat staan revolutionaire dreiging is dan ook geen sprake. De 1 mei-optochten (Dag van de Arbeid) verliepen rustig en waren zelfs zo weinig opzienbarend dat het wel leek of er helemaal niets aan de hand is, in weerwil van de inktzwarte werkloosheidscijfers.
Daar komt nog iets anders bij. Spanje heeft net als de omliggende landen een bloeiende zwarte economie. In de afgelopen jaren van grote welvaart hebben overheid en EU meermalen aangestuurd op fatsoenering van het alledaagse economische leven. Maar tevergeefs. Naar schatting is een vijfde deel van de economische bedrijvigheid illegaal. En pikzwart. Veel mensen die in de statistieken zitten als werkloze, hebben het in werkelijkheid heel erg druk.
Blijft de vraag hoe Spanje zijn problemen denkt op te lossen. Vroeger werd in slechte tijden de peseta gedevalueerd en dan ging alles weer een tijdje voort. Maar dat kan sinds 2002 – sinds de euro bestaat – niet meer. Nu is het wachten op een andere list.

Bron(nen):   The Wall Street Journal