Taboe: speculeren op de oliemarkt

De VS en enkele machtige West Europese landen doen er alles aan om speculaties op de oliemarkt tegen te gaan. Als de prijzen nu nog eens omhoog schieten, zou dat fataal kunnen zijn voor de wereldeconomie.
In de VS komen restricties om te speculeren op voorraden. Zo geldt voor eenieder die hierin speculeert, een limiet van het in te zetten bedrag. Het is een maatregel waar de speculatieve investeerders en hedge funds onmiddellijk tegen protesteerden.
Gelijktijdig schreven Gordon Brown en Nicolas Sarkozy vandaag in The Wall Street Journal een artikel tegen de gevaren van speculatie op de oliemarkt. Hun beider angst: als de prijzen nu omhoog gaan, kan dat het lichte economisch herstel in een klap voorbij zijn. Inmiddels hebben ook enkele grote Aziatische landen gepleit voor regulering – om soortgelijke redenen.
De huidige olieprijs schommelt rond de 73 dollar per barrel. Eerder dit jaar dat 34 dollar, terwijl een jaar geleden de prijs op 145 dollar lag. Als de prijs van olie 10 procent stijgt, gaat de groei van de wereldeconomie 0,4 procent achteruit, zo zegt Goldman Sachs.
En wie er beter van worden als de rest geld verliest?
De oliemaatschappijen zelf die hun belangen proberen in te dekken tegen schommelende prijzen, investeringsbanken, hedge funds en vliegtuigmaatschappijen.
Alles bij elkaar gaat dat om een flinke plas olie. Een jaar geleden hadden investeerders voor 300 miljard dollar aan opties uitstaan op olie-tegoeden. Daarna werd dat minder maar sinds kort worden investeerders weer door de oliemarkt aangetrokken. Omdat ze denken dat ze daar goed kunnen verdienen.
Onder aanvoering van Frankrijk en Groot Brittannië zal nu ook de G8 bekijken wat hiertegen te doen is.

Bron(nen):   The Wall Street Journal