Wat is er mis met de economische wetenschap?

Heel wat economische zeepbellen zijn afgelopen jaar geknapt, en een van de grootste daarvan is wel die van de economische wetenschap zelf. De reputatie van economen ligt aan diggelen.
Is dat wel terecht, vraagt The Economist zich deze week af. Niet helemaal, is het antwoord, want de hardste kritiek op de wetenschappers gaat eraan voorbij dat veel theorieën nog altijd buitengewoon nuttig zijn. Niettemin is er heel wat aan te merken op vooral financieel economen en macro-economen die wel erg veel over het hoofd hebben gezien.
De verwijten van in drie categorieën uiteen, te weten: economen hebben bijgedragen aan het veroorzaken van de crisis; ze hebben de crisis niet zien aankomen; en nu het zover is, hebben ze geen idee hoe de problemen op te lossen.
Voor het eerste verwijt is wel iets te zeggen, meent The Economist, want financieel economen hebben wel erg het idee gepromoot dat financiële innovaties altijd nuttig waren. Daardoor konden de meest ‘esoterische’ financiële producten ontstaan.
Het klopt ook dat weinig economen hebben gewaarschuwd voor dreigende rampspoed, hoewel er enkele uitzonderingen zijn. Economen hadden wel oog voor problemen op de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld de gevolgen van hoge lonen) maar hielden geen rekeningen met mogelijk falen van de kapitaalmarkten. Hun modellen voorzien daar niet in. Ook de verbeeldingskracht schoot tekort.
De chaos is het grootst als het gaat om de vraag wat er nu moet gebeuren. Het vaste recept waar economen met uiteenlopende visies het altijd over eens waren, namelijk het verlagen van de rente, is uitgewerkt nu de rentevoet is gedaald tot nul. De diverse kampen hebben hun oude stellingen weer betrokken. Met Keynesianen als Paul Krugman die vragen om nog meer stimuleringsmaatregelen van de overheid, waar aanbodeconomen zich weer luidkeels tegen verzetten. Deze kakofonie maakt duidelijk dat de macro-economie zichzelf opnieuw moet uitvinden. En dat kan alleen maar succesvol zijn als economen uit de verschillende disciplines bereid zijn om buiten hun blik te verruimen.

Bron(nen):   The Economist