Vetorecht van de Staat bij ING stelt niks voor

‘Het vetorecht van de Nederlandse staat bij ING is een erg wankel geheel’, zegt de Leidse hoogleraar ondernemingsrecht Steef Bartman (56), De overheidscommissarissen Lodewijk de Waal en Tineke Bahlman hebben onvoldoende juridische ruggensteun om hun vetorecht te kunnen gebruiken. 
‘De staat moest in het najaar van 2008 op stel en sprong iets regelen. Er is daarbij voor gekozen om het vetorecht voor de commissarissen vast te leggen in een overeenkomst en een reglement van de raad van commissarissen van ING. Maar dit reglement staat haaks op de uitgangspunten van onze vennootschapswetgeving. Volgens de wet heeft elk lid van de raad van commissarissen één stem, tenzij de statuten anders bepalen. Bovendien moet een commissaris altijd naar het brede belang van de gehele onderneming kijken. De commissaris kan dus niet uitsluitend een deelbelang behartigen, zoals dat van de Nederlandse staat. Dat betekent dat de twaalf ‘gewone’ commissarissen zich uiteindelijk niet mogen neerleggen bij een veto van de overheid als het belang van de ING op het spel staat. Er is een moment dat zij het veto van minister Bos mogen, ja zelfs moeten negeren.’ 
‘Minister Bos had kunnen kiezen voor een nieuwe, bijzondere wetgeving, waarbij overheidscommissarissen bij geredde banken aparte wettelijke bevoegdheden hadden gekregen. Op zijn minst had hij erop kunnen aandringen om de statuten van ING te laten wijzigen en het vetorecht zo te verankeren. Nu is gekozen voor een reglement, het minst sterke juridische document binnen de vennootschap. De hele aanpak oogt nogal houtjetouwtje.’

Bron(nen):   de Volkskrant