Eerst geld, daarna principes

China heeft 2 belangrijke doelstellingen: rijk worden en communistisch blijven. Maar gaat dat wel samen? En zo niet, welke van de 2 gaat er dan winnen?
Sinds de enorme boom die de Chinese economie nu al jarenlang doormaakt, is er altijd oog geweest voor de politieke belangen van het land, oftewel: de modernisering mocht niet leiden tot ondermijning van de communistische dictatuur. Maar het heeft er soms de schijn van dat de politiek de snelle economische ontwikkelingen niet langer kan bijbenen.
Een paar voorbeelden.
Vorige week werd bekend dat de anti-porno software die op nieuwe computers moest worden aangebracht, niet langer noodzakelijk wordt geacht.
Ook kunnen sinds kort veel vrijer dan voorheen buitenlanse boeken, cd’s en dvd’s door heel China worden verspreid. Dit betekent een enorme aderlating als het gaat om de beïnvloeding van onderdanen, want deze dvd’s bevatten maar zelden taferelen die de communistische leer bezingen.
Ook worden buitenlandse bedrijven minder vaak van spionage beschuldigd – wat vaak een voorwendsel was om concurrenten uit de weg te ruimen.
De conclusie ligt dus voor de hand dat China steeds opener en steeds normaler wordt, op weg naar een vrije samenleving. Helaas, de specialisten die hier iets over zouden kunnen zeggen, doen dat niet in The New York Times. Want het beleid in China blijft bijzonder onduidelijk.
Wat vandaag mag, kan morgen weer worden teruggedraaid. Over de ware strategie van de Chinese leiders tast iedereen in het duister. China is voor westerlingen domweg niet te doorgronden.

Bron(nen):   The New York Times