Hoe konden economen zo fout zitten

Het meest bijzonder in het verhaal van de crisis is het gedrag van de economen. Zonder blikken of blozen staan ze vooraan te trappelen om uit te leggen hoe het verder moet met de economie. En ze krijgen ook aandacht alsof hun woord weer wet is. 
Goed voorbeeld is het Nederlandse Central Panbureau. Tot in 2009 geen idee dat er een crisis was. De voorspellingen van het najaar 2008 waren rooskleurig: de Nederlandse economie ging groeien en bloeien in 2009. Pas in februari 2009 kwam het CPB met een aangepaste prognose van de economische groei. De hele bankensector was wereldwijd al onderuit gegaan, de Amerikaanse economie stond op instorten, maar pas in februari 2009 had ook het Centraal Planbureau berekend dat het niet goed ging met de economie. 
De pers en het volk hingen aan de lippen van de directeur van het Planbureau. Het is een treffend lichtbeeld bij de stelling dat de crisis van deze jaren het onvermogen heeft aangetoond van de economische wetenschap.
Paul Krugman, Nobelprijswinnaar voor de economie in 2008, schreef in The New York Times Magazine ter gelegenheid van het eenjarig jubileum van de crisis een uitvoerige beschouwing over het failliet van de economen. “Het is amper te geloven. Maar het is nog maar kort geleden dat economen zichzelf hartelijk gelukwenste met het succes van hun wetenschap. Ze meenden dat hun succes zowel wortelde in de theorie als in de praktijk. Het leidde tot de Gouden Eeuw van hun beroep en wetenschap.  Het centrale probleem van economen – hoe voorkom je een depressie? – was opgelost, meende men.”
 
“Maar heel weinig economen zagen aankomen dat de hele boel uit elkaar ging vallen. Maar dat is misschien nog niet het ergste. Het ergste is dat economen zelfs niet meer geloofde in de mogelijkheid dan markten feilbaar waren. Economen waren gaan geloven dat markten in een markteconomie tot stabiele uitkomsten leidde, dat dus bijvoorbeeld de prijzen voor aandelen en huizen de juiste prijzen moesten zijn, omdat de markt ze zo had vastgesteld." Ze kunnen wel fluctureren, dat zal ook geen enkele martkeconoom ontkennen, maar als de markt klopt, dan kunnen ze niet van de ene op de andere dag instorten. Dan is de markt kennelijk niet perfect. "En voor zover er nog werd getwijfeld aan de almacht en alwetendheid van de markt was er nog de almachtige centrale bank, de FED, die onevenwichtigheid van markten kon corrigeren. Kortom, depressies waren voortaan niet meer mogelijk."

Bron(nen):   The New York Times