Het sterke China negeert Amerikaanse wens om zijn munt op te waarderen

Dat China een economische grootmacht is geworden, weet tegenwoordig iedereen. En dat de Chinezen grote dollarreserves aanhouden, en indirect het grote Amerikaanse overheidstekort meefinancieren, behoort ook tot de basiskennis van elke eerstejaars student economie. 
Het is dus niet vreemd dat de regering in Peking weinig zin heeft om de Chinese munteenheid, de renminbi tegenover de dollar op te waarderen. De koers is nog steeds hetzelfde als in juli 2008, 6,83 renminbi voor een dollar, maar sindsdien is Wall Street ingestort en de Chinese economie blijven doorgroeien. 
Economen schatten dat de renminbi nu ongeveer 25 tot 40 procent is ondergewaardeerd. De Amerikaanse klachten over de te lage Chinese munt doen sterk denken aan de jaren tachtig, toen Japan de grote exportmacht was en een te lage koers van de yen een constante bron van frictie was. 
De kunstmatige manier waarop China zijn munt laag houdt is de andere kant van de medaille van een mondiale economische onevenwichtigheid waarvan Amerika met zijn gebrek aan spaarzin uiteraard steeds de schuld krijgt. Spilzieke Amerikanen tegenover prudente Chinezen, dat is het beeld. 
De vraag is natuurlijk wel of de Chinese bevolking daarmee een dienst wordt bewezen. Maar is China echt de macht van de toekomst? Houden de Chinezen (speculanten bij uitstek) dan niet van een gokje en vergrijst hun bevolking straks niet in Japans tempo? En waarom wordt het als een teken van economische kracht gezien om de eigen munt kunstmatig laag te houden?

Bron(nen):   The New York Times