Een economisch superieur cultuurvolk

De economie van de eurozone gaat onder ernstige onevenwichtigheden gebukt. De zuidelijke landen importeren te veel, prijzen zichzelf uit de markt, en zien zich daardoor geconfronteerd met steeds grotere tekorten op hun handelsbalans. Vroeger kon dat euvel worden gecompenseerd door dan van tijd tot tijd de eigen munt te devalueren, maar met de euro gaat dat niet meer. 
Om die reden is het waarschijnlijk zeer verstandig geweest dat de Britten buiten de eurozone zijn gebleven en het pond sterling hebben gehouden. De Britten zijn ook geduchte consumenten van Mercedessen, Audi’s en BMW’s, en hebben hun industrieën laten afsterven in ruil voor een diensteneconomie. Tegenwoordig hebben ze van verzekeren meer verstand. 
Frankrijk is een van de weinige Europese landen met een ‘gezond evenwicht’, d.w.z. de Fransen exporteren iets minder dan ze importeren (over het aandeel van de door Brussel gesubsidieerde landen hebben we het nu even niet). Er zijn eigenlijk maar twee landen die duidelijk meer sparen dan ze consumeren en een flink overschot op de handelsbalans noteren: Nederland en Duitsland. In hoeverre het Nederlandse cijfer geflatteerd wordt door Rotterdam (eigenlijk een doorvoerhaven van en naar Duitsland) laten we hier even buiten beschouwing. Maar waar zouden we zijn als er geen Duitsland was? 
Het land is met afstand de grootste exporteur, binnen Europa zelf en naar de rest van de wereld, en als we de Duitsers iets moeten verwijten is het dat producten Made in Germany te goed zijn, waardoor ze kunnen vragen wat ze willen. Ze concurreren niet op prijs, maar op exclusiviteit en kwaliteit. 
Je vraagt je af hoelang die onevenwichtigheid kan blijven bestaan, want een eurozone waarin alleen de Duitsers exporteren komt nog meer onder druk te staan dan een wereldeconomie waarin de Chinezen het harde werk opknappen en de Amerikanen de schulden maken. Maar een beetje meer waardering voor dit superieure cultuurvolk is op zijn plaats. Am deutschen Wesen soll die Welt genesen, was niet zo’n succes. Maar economisch gezien heeft dit nobele Herrenvolk het meer dan goed gemaakt.

Bron(nen):   The New York Times