Het Israëlische wonder

Over Israël lezen we steeds vaker dat het zich op een doodlopende weg bevindt. De joodse staat heeft zich verschanst achter een beveiligingsmuur, is een Fremdkörper in een vijandige moslimregio en heeft zich met zijn omstreden nederzettingenbeleid van zijn beste vriend (Amerika) vervreemd. Dat kan niet goed blijven gaan.
Ondertussen vindt er in Israël een economische ontwikkeling plaats die door de Süddeutsche Zeitung ‘een wonder’ wordt genoemd. Het kleine land met zijn 7,5 miljoen inwoners trekt meer durfkapitaal aan dan Duitsland en Frankrijk bij elkaar, heeft een high tech sector die met die van Amerika de belangrijkste ter wereld is, staat op de Nasdaq na Amerika met de meeste firma’s genoteerd, en geeft met 4,9 procent van het BNP het meeste uit aan research and development. Ook trekt het land immigranten aan en nemen Israëlische bedrijven buitenlandse bedrijven (Duitse bijvoorbeeld) over. De Israëlische economie lijkt de financiële crisis heel wat beter te doorstaan dan de rest van de westerse economieën. Over de Palestijnen wordt niks gezegd, maar ook op de westelijke Jordaanoever profiteren ze daarvan en gaat het economisch (anders dan in de Gazastrook) weer beter.
Of je hier van een joodse tijgereconomie moet spreken, is de vraag, want de Israëlische economie zat tot in de jaren negentig in het slop. Het is dus niet gezegd dat joden altijd alles beter doen. Maar als hun talenten op de wereldmarkt kunnen worden ingezet, excelleren zij. Dat radicale opengooien voor de wereldmarkt, verklaart voor een deel het succes.

Bron(nen):   Süddeutsche Zeitung