Voor wie niet nog een keer door de Grieken wil worden belazerd

Hoe ging dat vroeger als een land graag op grotere voet wilde leven en meer spullen ging importeren? Het probeerde zelf ook meer spullen aan andere landen te verkopen en dat betekende vaak: harder werken. Bovendien had je de devaluatie van de eigen munt als noodgreep; zo verkocht je meer (want goedkoper) eigen spullen aan het buitenland of werd je voor toeristen aantrekkelijker en kwam er weer vreemd geld binnen.
Tot zover de praktijk in het Europa van voor de euro.
Tegenwoordig heb je enkele Europese landen, zoals Griekenland, die veel spullen uit het buitenland halen en daardoor diep in de schulden zijn geraakt. De eigen munt minder waard maken in de hoop dat je als land ‘goedkoper’ wordt, kan niet meer. Dus als de nood erg hoog wordt, ga je geld lenen bij andere landen tegen bijzonder gunstige condities die de markt nooit zou aanvaarden. 
In het geheim speculeren landen als Griekenland erop dat op enig moment deze schuld wordt kwijtgescholden. Zodat de overige eurolanden als het ware de ingevoerde telefoons, auto’s, vliegtuigen en overige luxe-producten hebben betaald – zie het als een soort donaties aan de Griekse vrienden.
Wie deze praktijken een gruwel is, kan maar een ding besluiten: een stabiliteitspact met keiharde afspraken en ijzeren discipline. En met enorme sancties voor wie de regels niet naleeft. 
In The Wall Street Journal legt Hans-Werner Sinn, een vooraanstaande Duitse econoom, vandaag uit hoe zo’n plan eruit dient te zien. Zeer de moeite waard.

Bron(nen):   The Wall Street Journal