Krugman: dit is geen recessie, maar Depressie

In twee artikelen die dit weekeinde verschenen, waarschuwen de vooraanstaande economen Paul Krugman en Joseph Stiglitz tegen de gevaren van bezuinigingen. Net nu de economie overal weer een beetje op gang begint te komen, is het stomste dat je volgens beide heren kunt doen het prille herstel de nek omdraaien door te gaan hakken in de overheidsuitgaven.

Krugman heeft het in een artikel in The New York Times zelfs al over de ‘Derde Depressie’. De eerste, de Lange Depressie, begon na de Paniek van 1873 en duurde feitelijk tientallen jaren. De tweede, de Grote Depressie, die veel ernstiger was, volgde op de financiële crisis van 1929-1931. Volgens Krugman zal de Derde Depressie meer op de eerste dan op de tweede lijken en dus in zekere zin niet zo heftig zijn. Maar de gevolgen voor de werkgelegenheid zijn niettemin desastreus.

Hij komt tot zijn sombere voorspelling door de recente triomf van de economische orthodoxie, die zonder blikken of blozen teruggrijpt op de ideeën van Herbert Hoover, de president van de VS in de tijd dat de Grote Depressie gestalte kreeg. Hoover meende onder meer dat belastingverhogingen en bezuinigingen de economische groei zouden terugbrengen door het ondernemersvertrouwen te bevorderen.

Soortgelijke geluiden horen we nu vooral in Europa. Bondskanselier Angela Merkel heeft haar coalitie een bezuinigingsplan ter waarde van 80 miljard euro laten opstellen. En de nieuwe Britse minister van Financiën, George Osborne (wiens hand hier is afgebeeld), is met een begroting gekomen die daar bepaald niet voor onder doet.

Het is deze begroting waar Stiglitz in The Independent zijn pijlen op richt. Hij heeft het, anders dan Krugman, niet over een ‘Derde Depressie,’ maar over een ‘double dip,’ een W-vormige recessie (een crisis gevolgd door een kortstondige opleving, gevolgd door een nieuwe crisis). Maar zijn conclusie is feitelijk identiek: als we nu gaan bezuinigen, maken we dezelfde fout als Hoover begin jaren dertig en zullen de gevolgen zwaar zijn voor degenen die het toch al niet zo breed hebben.

Het is opmerkelijk dat het twee Amerikaanse economen zijn die met deze kritiek komen. Traditioneel zijn de rollen meestal omgedraaid en zijn het vaak Europeanen die pleiten voor een Keynesiaanse benadering van stimulering en expansie van de overheidsuitgaven. Maar de tijden zijn veranderd en de Amerikanen trekken nu aan de bel. Voor wie wil weten hoe het dan wél moet, heeft vooral Stiglitz een aantal interessante voorstellen. Maar ja, dan moeten we wel eerst ophouden met oorlogvoeren in Afghanistan en met de (Amerikaanse) subsidiëring van het olieverbruik.

Bron(nen):   The New York Times  The Independent