Soms moet je een bank gewoon laten springen

Precies twee jaar geleden ging Lehman Brothers failliet. De zakenbank bezweek onder grote schulden en bovendien had de Amerikaanse overheid besloten de helpende hand niet toe te steken, een besluit van Hank Paulson (minister van Financien) en Ben Bernanke (centrale bankier).
Dat had natuurlijk ook ander gekund; als de overheid had besloten 50 miljard dollar in Lehman te steken, was de bank wellicht blijven bestaan. De Financial Times komt vandaag met een beschouwing achteraf en zegt: het was een goede beslissing die bank te laten ploffen. ‘Paulson made the right sacrifice.’
Destijds werd Paulson beschimpt door ondermeer Lehmanbaas Dick Fuld en door anderen: hij stelde het hele bankwezen in de waagschaal, de crisis zou niet meer te stoppen zijn, etc.
Dat laatste is deels waar; de crisis was al zover doorgevreten dat met of zonder Lehman de zakenwereld hoe dan ook tot inkeer moest komen. 
Bovendien was het laten vallen van Lehman ook een ethisch appel, zo van: bankiers, jullie moeten niet denken dat alles maar geoorloofd is. 
Het idee is vaak dat banken te groot zijn om ze kapot te laten gaan. En ze dus met miljarden van de overheid in leven te houden. Met de val van Lehman is aangetoond dat dit idee zeker niet heilig hoeft te zijn.

Bron(nen):   Financial Times